'Sta je op de guest list?' vraagt het meisje liefjes. 'Je bent namelijk via de guest list-ingang gekomen...' Ik kijk nog eens achter me en zie dat het pad voor mensen op de guest list en het pad voor mensen pas du guest list worden gescheiden door een boerderijhek. Aan het begin hangt een handbeschreven stuk spaanplaat, aan dat zelfde hek vastgemaakt met een tie wrap, waar met kriebelige, onregelmatige letters 'guest list' en 'non-member' opstaat, met bijbehorende verwijzende pijlen naar de weerszijden van het hek.
Belangrijker: er is geen rij, dus ook geen personen die het onderscheid kunnen illustreren. Belangrijker nog: beide rijen komen op dezelfde kassa uit, want daar is er maar één van, bovendien loopt de scheiding slechts door tot aan vijf meter vóór de kassa.
Blijkbaar is een scheiding in het publiek aanbrengen nog vóór het binnen is erg hard nodig - hoe provisorisch ook – maar verwacht het management dan wel weer dat dit kunstmatige onderscheid keurig in stand wordt gehouden op het prangendste punt van het toegangsproces. Ik hoef mij dan ook niet meer af te vragen, waarom er een schapenhek gebruikt is.
Het lijkt me een lief en aardig meisje, dus ik kijk haar alleen maar aan en zeg dat ik niet op de gastenlijst sta voor zover ik weet. Die bekentenis kost me zes euro, een kleine prijs voor zo'n euvel. De jongen die ons over de terrasbank naar binnen wilde trekken staat op ons te wachten met een cocktail. We kletsen wat en daarom weet ik nu dat metgezel één bij de Peek werkt, Cocktailjongen architect is en metgezel drie eveneens bij de Peek werkt, en daarnaast uit Duitsland komt. Ondanks de voorkomendheid van de architect is de Duitse jongen het meest mijn type. Ik probeer me als een meisje met een voorzichtige missie op hem te richten, maar besluit verder te kijken als hij verzandt in een niet zo interessante, niet eens meer smalltalkerige semantische discussie over het verschil tussen Bratwurst en Knackwurst en vervolgens over het bestaan van een mogelijk non-fictieve kroeg (!!) genaamd Der Weisse Rabe, die zich achter, onder of in De Witte Aap zou moeten bevinden. Ook vraagt hij me wat het Engelse woord voor gibbon is, want hij was van het bestaan van deze apen nog niet eerder op de hoogte. Bij mijn weten is er geen Engels woord voor 'gibbon', iets zegt me dat als ik de Latijnse benaming voor dit beest wist me dat niet verder zou helpen en ik wil het vooral niet over braadworsten, knakworsten of gibbons hebben op mijn zaterdagavond.
Peek Een heeft mij al een tijd in het vizier en als het gezelschap neerstrijkt op de bank, drukt hij zijn magere dij tegen de mijne. Ik heb het behoorlijk koud en doe er daarom niets aan. Het valt me op dat hij zijn broek een stukje heeft opgestroopt en goede schoenen draagt, maar dat die opgerolde broek de stakerigheid van zijn benen accentueert. Toch ziet hij er goed uit. Maar dat mag ik ook wel verwachten van iemand die bij de Peek werkt. Als ik mijn jeugdsentiment omtrent de Peek met hem deel, giechelt hij hard, en ik breng het gesprek vlug op iets anders.
Ondanks de wederzijdse beleefdheden, die normaal inleiding zijn tot een diep of in ieder geval onderhoudend gesprek, komt het tussen ons niet echt van de grond. We doen allebei ons best, en ik heb het best gezellig met hem, maar mijn ogen dwalen ongenadig af naar aantrekkelijker manvolk. Ik heb mij laten vertellen dat de mannen hier beter zijn. Toeschietelijker zijn ze zeker, maar misschien komt dat omdat ze ook minder te verliezen hebben. Cocktailjongen is zo lief me mijn derde cocktail te brengen, maar ik geloof niet dat het de mojito is waar ik om gevraagd had. Gerustgesteld door de aanwezigheid van mijn vriendinnetje drink ik toch maar door. Inmiddels is Peek Een achtergebleven op het rokersveldje en ik ben blij even vrij rond te kunnen kijken. Men zou mij nooit van onbeschoftheid kunnen betichten. Maar als ik eerlijk ben, verveel ik me; ik zie geen mannen die voor meer dan de helft mijn type lijken.
Okee, eentje dan. Terwijl ik sta te praten met de Peekduitser knipoogt hij naar me. Ik knipoog terug en dat is voor de man in kwestie het signaal. Eindelijk. Hij lispelt in mijn oren dat hij uit Spanje komt en mij wel heet vindt. Zijn naam: Baco. Ik hoop en denk dat ik dat verkeerd heb verstaan, maar voor ik iets kan zeggen begint hij zijn naam te verdedigen; 'Dat is een hele gangbare naam in Spanje!' Niet dat het mij echt veel uitmaakt. Maar omdat hij er zoveel uitleg bij geeft, geloof ik hem nog minder. Ik hoef in ieder geval niet te vragen wat hij drinkt...
Cocktailjongen geeft me cocktail vier, dat schatje. Ik laat me Baco's subtiel sturende hand op mijn onderrug gewillig aanleunen. Wie weet wat de avond nog brengt... Waarschijnlijk zou er onder dat vaalwitte shirt een groezelige, Spaansharige borstkas verscholen zitten maar ik zal het nooit weten, want hij excuseert zich en ik zie hem niet meer terug.
Aan het einde van de avond worden we nog geript door een taxichauffeur die de weg niet zegt te weten, een blok omrijdt en dat vervolgens wel in rekening brengt. De lapzwans. Ik ben echter vermoeid en te beschonken om er veel aan te doen. Doodmoe rollen we ons bed in na te zijn afgemakeupped en opgefrist. En de moraal van het verhaal? Baco's en mojito's maken de kans op een leuke avond groter, hoogwater is ganz hip hot 'n happening en echt leuke mannen zijn net zo zeldzaam als witte raven- maar die vind je doorgaans óók niet in kroegen. Soit.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten