Dinsdag, vlak voor zessen. Als ik niet beter zou weten zou ik erger vermoeden dan trek, maar ik heb een vreselijke zin in een paar stukjes baklava. De turkse bakker, in allerijl gezocht, kijkt me ongeïnteresseerd aan. Ik vraag hem of hij soms al gesloten is. Dat blijkt niet het geval, en een paar minuten later loop ik met een grote grijns het winkelcentrum uit, naar mijn fiets.
Om daar te komen, moet ik oversteken. Ik kijk naar links en mijn oog valt op een meisje met een zwart trainingspak dat aan de overkant staat. Ze heeft mooie aardbeiblonde krullen en een leuke lach, al zie ik haar gezicht niet door de zonnebril die ze draagt.
Ik steek over en geef haar een knikje ten teken dat ze door mag rijden. 'Het is niet zulk mooi weer vandaag, hè?' vraagt ze me.
In mijn nopjes met mijn baklava ga ik in op deze wat opmerkelijke en vooral onnodige vraag. De zon laat zich af en toe zien, maar de lucht is regengrijs en somber en er liggen plassen. 'Nou, nee, niet echt!' (hemel, wat zeg je ook op zoiets...)
Het meisje houdt haar bril op, dus doe ik dat ook maar. Ze komt dichterbij en ik zie een gouden tand glinsteren in haar mond. Het zwarte trainingspak is afgezet met subtiele rastakleuren en het geheel doet wat ghettoachtig aan. Niet my cup of tea.
'Sooowwww, dusseh, waar kom je vandaan dan?!' vraagt het meisje me met een hese, lage stem. Ik word achterdochtig van mensen die vragen waar ik vandaan kom nog voor ze weten hoe ik heet, bovendien begrijp ik niet waarom dit sneeuwwitte kind denkt mijn sympathie te winnen met straattaal. 'Overal en nerregens.... en jij?' 'Gewoon uit Utrecht! Maarreh, waar sijn je audus geboren dann, ben je Antiliaans?' Op mijn antwoord doet ze prompt nog een stap dichterbij. 'Hoe heet je? Deirdre? Ik ben Michaela. Mooie naam, past wel bij je, mooie krullen ook!' Ze steekt haar hand uit naar mijn hoofd en ik voel hoe bloed mijn wangen kleurt. Ik ben niet verlegen of eenkennig, maar er is iets intrusiefs aan dit kind dat me fascineert. Ze windt een haarlok om haar vingers en lacht naar me.
Ik doe niets; plotseling voel ik me preuts en onaardig. Waarom zou je niet even aan iemands haar mogen zitten als je dat wilt? Ik geef toe dat het een beetje griezelig is om zo dicht bij een vreemde te zijn, bij een meisje bovendien, maar het lijkt plotseling niet meer zo erg. Het is me allang duidelijk dat ik hier met een rasechte exotenfetisjist van doen heb, maar op de een of andere manier geeft dat niet. Michaela's ruwe-bolster-blanke-pit-houding wekt vertrouwen op, ik weet niet hoe ze dat doet, maar het werkt. Na een halve minuut schraap ik toch zacht mijn keel, wat de betovering verbreekt.
Michaela grijnst naar me. 'Mag ik je nummer, dan gaan we een keer iets drinken in de stad!'
Beng, zo, die zit. Nu het Moment voorbij is, vallen de schellen mij van de ogen. Ik ben blij dat mijn bril mijn gezicht verbergt, want van dit gedurfde voorstel sla ik bijna steil achterover. Ik wil dit lieve, spontane kind niet kwetsen, maar haar campingsmoking, edelmetalen snijtand en platte accent doen me vermoeden dat ze zo lief niet is, en wat al te spontaan. De snelheid waarmee haar telefoon uit haar zak komt, maakt dat ik denk dat we meer dan thee alleen gaan drinken, als het aan haar ligt. Ik heb al vele vriendinnen gemaakt, maar nooit op deze manier – waren mannen maar eens zo snel!
Waar ik haar interesse aan verdiend heb weet ik evenmin. Het enige wat ik wel heel zeker weet, is dat ik geen thee wil drinken met wiggers, hoe mooi hun krullen ook zijn.
Ik geef haar mijn blokglimlach – dat werkt altijd, lachen als je iets vervelends wil zeggen, alsof het daar minder erg van wordt – en maak me er vanaf met een half laf, half angstig 'Neuh, dat hoeft niet, hoor...'
Voor ik met mijn ogen kan knipperen staat Michaela vier meter van me af. De gouden tand wordt aan het zicht onttrokken door haar mond, die zich sluit tot een harde streep.
'Nou, dat dan weer niet! Nou, dan ga ik maar, wantteeehhh, tijd is geld, weet je!!!' En weg is ze.
Heb ik nou echt een meisje een blauwtje laten lopen? :-O
Geen opmerkingen:
Een reactie posten