zondag 16 september 2012

Stock

Ik word gelukkig van kleine ordentelijkheid. Als mijn jurkjes gestreken zijn, mijn boeken in de juiste volgorde in de kast staan, ik weet wat ik ga aantrekken naar die borrel, kruimels in de buik van mijn stofzuiger zitten in plaats van in mijn vloerbedekking en ik weet hoe ik van mijn huis naar de nieuwe woning van een vriendin kom, maakt dat me opgelucht, opgeruimd en blij. De meeste dingen in het leven kun je niet plannen, dus in de zaken waarvoor dat wel kan grijp ik mijn kans. I hartje controle, jazeker wel!

Dat uit zich in onschuldige dingen. De ruimte die ik heb om mijn kleren op te bergen bijvoorbeeld is zeer beperkt voor kleren die op een hanger moeten. Ik vind het niet erg om ze op te vouwen – dat moet in twee lades onder mijn bed. Na verloop van tijd en flink wat snel weggemoffelde was is er van de nette stapels natuurlijk niets meer over. Eens in de zoveel tijd haal ik daarom alles uit de lades, vouw, strijk en was zonodig opnieuw, ververs de geurzakjes en maak een nieuwe indeling. Met recht een snotkarwei, maar als het eenmaal gebeurd is voel ik me zeer bevrijd en schoon. Ik verbeeld me dan dat ik de geestelijke clutter die deze kledingbende met zich meebracht, heb opgelost. Hetzelfde geldt voor mijn administratie en het schoonmaken van de tuin; vol goede moed vat ik, alvast trots op mijzelf, de koe bij de horens. Want clutter leidt tot mentale clutter, dat weet natuurlijk iedereen. En mentale clutter is iets wat je moet vermijden, dat weet natuurlijk iedereen.

Een andere stresser waar ik graag zicht op heb is die van de persoonlijke verzorging. Niets erger dan er de avond vóór een sollicitatiegesprek achter te komen dat je deo op is, met natte haren onder de douche mis te grijpen naar de shampoo of een last-minute-date in te moeten met ongeharste benen. Bovendien heb ik als arm studentje een beperkt budget en ben ik vooral een grootverbruiker van haarproducten. Mijn favoriete merk is behoorlijk prijzig, dus als het ergens in de aanbieding is, sla ik groot in.
Al deze glycerines, parfums en kuurtjes sla ik op in een kist. Omdat dit het weekend van de Grote Schoonmaak bleek en ik bovendien wat minder wil gaan consumeren, besloot ik om ook deze kist eens aan een inspectie te onderwerpen.
De opbrengst, reader-dear:

vier potten haarmasker, zes tubes conditioner, vijf extra tandenborstels, vier tubes tandpasta, zes doosjes tampons, vier flessen douchezeep, acht pakjes panty's, twee pakken waxstrips, vier tubes dagcreme, elf (ja, elf!) tubetjes haarserum, vier flessen stylingproduct die ik nooit meer ga gebruiken, twee flacons haarmeuk die ik evenmin zal gebruiken, twee flessen zonnebrand, nog eens vier tubes andere conditioner, drie flessen shampoo, nog wat crèmespoeling – en één extra fles deo.

Voorraad hoera, maar dit gaat ver. Ik heb genoeg spullen voor een jaar of twee, om over de geschatte waarde van al deze tubes nog maar te zwijgen. Ik weet wel waar deze drang vandaan komt: het idee dat als ik de zaken die ik wel in de hand kan houden zo goed mogelijk in de hand heb, de zaken die ik niet in de hand heb, ook als vanzelf geregeld worden. (jaha, lees dat maar eens over.) Het probleem is hier alleen dat ik deze behandbare zaak uit de hand heb laten lopen....
In plaats van het opruimen van clutter is dit ongemerkt en onbedoeld toch weer een verzameling geworden. Jammer hoor...

En wat hebben we hiervan geleerd? Je kunt wel degelijk genoeg shampoo hebben. Ik ben in ieder geval klaar voor plotselinge stakingen bij de drogisterij, de hirsutisme-aanvallen van mijn onderbuurvrouw of een last-minute date, waar ik met glanzend zachte lokken en zalig gladde nylonbenen naar toe kan scharen, mocht dat nodig zijn. Pffiew. Das alvast één zorg minder.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten