donderdag 18 oktober 2012

Parel (2)

(De aanleiding van dit verhaal? Lees Parel (1), de prequel)

Nog steeds hoeft een man maar een stem als een klok te hebben of een goede volle haardos en mijn baarmoeder maakt een sprongetje. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat ik al twintig jaar intens verliefd ben op Eddie Vedder. There, I said it.
Is hij de oorzaak van mijn voorliefde, de aanstichter of het meest sprekende voorbeeld? Ik weet wel dat toen ik het lastig had, Ten de enige cd was die in mijn discman zat (mijn discman, u weet wel) en ik vurig bad tot een god en alle amoureuze beschermheiligen om me een Eddie te zenden. Hoewel Eddie al vroeg van de markt was (ik wil niet zeggen gelukkig getrouwd, maar toch) en vooralsnog geen drank- of drugsverslaving heeft moeten overwinnen vind ik hem toch heet. Hij moet het, eerlijkheidshalve, niet hebben van zijn geweldige gitaarspel. (Daar hebben we namelijk John Frusciante voor, die zelfs als bleke, hologigie junk of hell, als vrouw, nóg briljant is.)
Hij moet het niet hebben van zijn statueske postuur of gave capriolen on stage. En dat hoeft misschien ook niet: Eddie heeft aan zijn stem genoeg.

In dat opzicht heeft Pearl Jam met het label grungeband misschien geluk gehad; in het begin van de jaren negentig was zwarte nagellak en mannenkohl nog echt iets uit de metal-hoek en niet bedoeld voor mainstreambands-die-niet-mainstream-wilden-zijn. De meeste grungers (vergeef me, ik ben eigenlijk te jong hiervoor) waren daarnaast te druk bezig met boos en ongewassen zijn om hun nagels te lakken. Maar toen ik de beelden van Pinkpop '92 nog eens bekeek vroeg ik me af hoe het kon dat Eddie, langharig en jongensachtig, zo'n stem uit zijn longen kon persen. Hij zag er bovendien helemaal niet ongewassen uit.
Damn. Het zal maar de man zijn die je slaapliedjes zingt...en wás hij dat maar.... Duidelijk is dat hij zich in ieder geval meer met muziek dan met z'n imago bezig lijkt te houden en al is dat iets wat ieder bandlid zegt ( 'het ging ons altijd alleen maar om de muziek, we waren bekend voor we het wisten, we konden er eigenlijk niet zo goed mee omgaan, roem heeft bij ons nooit op één gestaan, we wilden gewoon goede platen maken, kweel, kweel, kweel') ik ben toch geneigd het van hem te geloven. Over zijn privéleven is niet zo vreselijk veel bekend, en ook de rest van Pearl Jam is zelden in opspraak geraakt. Geen drugs, precies genoeg politieke voorkeur, geen drank, geen pijpbeurten in auto's of overspelige schandalen.
Sommigen noemen dat saai. Anderen consistent. Maar de glans van die l'oreallokken moet ergens door in stand worden gehouden; bovendien is een drugsdood vréselijk seventies.

Toen een man in een kroeg mij vroeg wat ik op mijn Ipod heb staan, moest ik hem teleurstellen – die bezit ik namelijk niet. En ergens was ik bang dat hij me gek, een vieze alto en te nostalgisch zou vinden als ik 'Pearl Jam' zou zeggen. Zou het tot verder contact komen, dan zou dat toch niet lang geheim blijven, dus ik besloot het toch maar te zeggen. Het is ook niet alsof ik alleen maar Ten luister. Maar het is wel een album waar ik telkens bij terug kom, of ik nou verdrietig, boos, hitsig of blij ben. En stiekem vind ik Ten een album wat het best tot zijn recht komt als je alleen bent, zodat je mee kunt grommen. Hij had best mee mogen luisteren, hoor. Maar dan had ik wellicht minder van Eddie genoten.

Dus tot PJ Nederland weer een keer aandoet draai ik Ten grijs, terwijl ik uitkijk naar mannen met stemmen als klokken maar ongetroebleerde geesten. Het muzikantenleven is tenslotte één grote farce, en hoewel die crazy funky style gemakkelijk te romantiseren is, wil ik niet eindigen als Amy Winehouse. Of Jeremy.

(Een dergelijk einde was ook voor John Frusciante nabij. Benieuwd waar dit heengaat? Lees het, vrees het, in Parel (3)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten