'Mag ik u vervoersbewijzen zien alstublieft!' Ik weet uit ervaring dat dit een vraag zou moeten zijn, maar zo klinkt het niet. Zelfs conducteurs maken van deze zin intonatiegewijs nog half een vraag, al is het zien van dat blauwe uniform met rode accenten voor de meeste reizigers al genoeg signaal. Als de vrouw bij mij is vraagt ze mij hetzelfde. 'Uw vervoersbewijs. Reizigersonderzoek. Uw kaartje graag. Uw kaart.'
Lieve lezer, ik ben weliswaar moe, maar haar niet slecht gezind. Niettemin is dit de zoveelste keer dat mij om mijn gegevens wordt gevraagd – ik ben benieuwd naar wie ik die informatie verstrek. Dus ik vraag het.
'Waar is dit voor?' De vrouw kijkt me geërgerd, aan en geeft me een blik alsof ik heb gezegd dat ze naar rotte eieren stinkt. 'Ik scan alléén de code!' snibt ze. Dit is in geen enkel opzicht antwoord op mijn vraag. 'Ja, en wat gaat u met deze gegevens doen?' waag ik het nog eens. 'Ik kán uw gegevens niet ziehien, ik scan alléén de code op uw kaart, dusss....' De vrouw is duidelijk ontstemd en heeft plotseling vreselijke haast om weg te komen. Maar toen ze mijn kaart scande, had ze die haast nog niet, dus ik denk dat ze nog wel even een minuut voor me op kan brengen. 'Voor welk onderzoek gaat u de gegevens gebruiken?' varieer ik maar. 'Ik heb alleen uw code gescand,' sist ze tussen haar tanden, en haar ogen beginnen uit te puilen. Het lijkt me stug dat ik in al die treinen waar zij loopt de enige passagier ben die een vraag stelt, en geeneens een kritische, maar een belangstellende. Het lijkt me stug dat ze dat op de herintrederstraining niet behandeld hebben, de reden van deze dataverzameling.
De vrouw blijft echter doen alsof ik niet mee wil werken aan het onderzoek, waarmee zij mij op haar beurt ergert. 'Er is niets van u bekend, ik kan uw persoonlijke gegevens niet inzien, dusssss....' Ik heb mijn medewerking echter al verleend en bovendien heb ik een abonnement: de NS weet allang wanneer ik op welke trein stap, hoe laat ik reis, welk traject ik het vaakst afleg, en waar ik in- en uitcheck. Als ik niet mee had willen werken met het onderzoek, had ik gewoonweg vriendelijk bedankt. (Je kunt je afvragen waar zo'n onderzoek, zogenaamd anoniem, overigens überhaupt dan nog voor nodig is, aangezien ze, met een grote Z, reisgewijs alles al weten. Maar 'anonimiteit' is een geruststellend woord.)
Punt is wel dat ik mijn kaart, die bij tijd en wijle in contact staat met mijn bankrekening en veel van mijn andere persoonlijk gegevens, nu heb laten scannen door een vrouw van in de zeventig die zich niet legitimeert, geen herkenbare Rover-, NS- of Prorail-poncho draagt en daarnaast ook nog eens onvriendelijk is, terwijl zij het is die iets van mij nodig heeft. Ik sta mijn gegevens af en krijg daar geen vergoeding, noch informatie voor terug. Wie deze persoon is, wat zij precies heeft afgelezen, wat de vervolgstappen hierop zullen zijn, van wie het onderzoek uitgaat en wie haar de autoriteit heeft verschaft om mijn kaart min of meer op te eisen zijn vragen die door haar slechts met een paar rollende ogen en houd toch je KOP!!!-blikken worden beantwoord.
'U weet het niet,' stel ik nu maar een 'vraag' vast. 'Nee,' geeft de vrouw toe. 'Het is voor onderzoek,' gooit ze er triomfantelijk uit. Bedankt, zo ver waren we al, zus. 'Welk onderzoek?' Ik krijg een zucht. De vrouw begint kreten te spuien. 'Onderzoek. Onder reizigers. Reizigersonderzoek. Het Ministerie, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat!' Oh, dáár kom ik verder mee. Het is niet dat ik zo graag wil zeiken, maar ik stel een doodnormale vraag en haar vaagheid ergert me. Ik snap best dat ze niet voor de lol op haar vrije woensdagmiddag die forensentrein induikt, maar als zij al niet weet wat ze doet, waarom zou ik er dan aan meewerken? Coherentie en causaliteit zijn blijkbaar niet de speerpunten van de training geweest. 'Wat onderzoeken ze dan?' 'Het is voor onderzoek,' herhaalt de vrouw. 'Het wordt óók gepubliceerd!'
Godsammezegenen, zeg. Het wordt ook gepubliceerd...nou, dolletjes! Blijkbaar boezemt dat haar ontzag en troost in, maar ik ben er niet van onder de indruk. 'Wáárrrr. Dan?' vraag ik haar scherp. Ik zie wel dat ze het helemaal gehad heeft met me, maar er is geen weg terug. Nu wil ik het weten ook. 'Dat weet ik niet!', krijst ze. 'Op internet!'
Okee. Ik geef het op, nu is het mijn beurt om te zuchten. Wat ik vooralsnog heb laten roven, lezerlief, is mijn gemoedsrust.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten