maandag 1 oktober 2012

Wol

Het bontkragenseizoen is weer geopend! dacht ik toen een sprietige Noord-Afrikaan me al zonnebloempitten kanend passeerde. Het was een dikke zestien graden – de jongen zou wel zweten – maar ik snap heel goed dat hij zoveel mogelijk profijt wil trekken uit zijn jas die hij vorig jaar voor veel geld heeft gekocht. Of daar ga ik dan maar vanuit.

Het toeval wil, lieve lezer, dat ik bijna nog doller ben op de winter dan op de zomer. Tegenover eindeloze zomeravonden vol rosé staan namelijk ik-wil-nog-niet-door-de-sneeuw-avonden vol rosé, de kans om ongemerkt in shape te komen en de tweede helft van december, waarin aan een stuk door wordt gefeest. Héérlijk.

De jongen met zijn krullen en zijn Woolrich-jas doet me denken aan mijn eigen winterjas, die na drie lange winters zijn beste tijd heeft gehad. Ik heb wat bij-jassen, maar mijn echte jas is nu werkelijk aan vervanging toe. En dat vind ik vervelend.
Net als bij je paar lievelingslaarzen ben ik er van overtuigd dat ik geen jas zal vinden die deze evenaart, en tegelijkertijd ga ik er toch maar naar op zoek. Bitter moet ik bekennen dat ik de collecties al angstvallig in de gaten hield. Het is niet zo dat de jas die ik wil zo opvallend of uitzonderlijk hoeft te zijn – ik wil juist graag een hele simpele, zodat hij overal bij past, stemmig is en ik kan variëren met accessoires. En juist dat, lieve lezer, is nog al een opgave.

Mijn ideale jas hoeft maar aan een paar eisen te voldoen. Hij moet van wol zijn. Hij moet single-breasted zijn. Ik raad iedereen met borsten boven een cuppie B aan om naar hetzelfde model te kijken, want double-breasted modellen maken gehakt van je taille (gesteld dat je die hebt, maar met een double-breasted is alle hoop sowieso verloren) en je lengte. (dito, en je hoeft maar naar Beth te kijken om te zien dat ik de waarheid spreek.
Hieruit vloeit natuurlijk voort dat hij goed getailleerd moet zijn – dat er überhaupt nog ongetailleerde jassen op de markt komen is te wijten aan de kindervingertjes van Rajesj, Yasmina en Laila die hun ogen al hebben verpest met werken in de fabriek, en bovendien niet weten wat een taille is, omdat die van henzelf naar buiten steekt als gevolg van rachitis, ze overdag niet buiten komen en hun eigen moeder altijd een nieuw kind in haar buik heeft.
Alleen voor vrouwen met een taille-heup-ratio van 1 of hoger maakt dit gebrek aan snit in een jas niet uit, maar dan nog verwijs ik naar het argument hierboven. Als je een bitterbal op stokjes bent – en met gewicht heeft dit niet per se te maken – betekent dat nog niet dat je er zo uit hoeft te zien.

Mijn jas moet niet te opvallend zijn: antraciet, marineblauw, mosgroen, in het ergste geval zelfs zwart. Fuchsiaroze, grasgroen of stemmig doch ziekelijk mosterd zijn aan mij niet besteed.(Ik ben bereid een uitzondering te maken voor kobaltblauw.)
Belangrijker: hij moet tot mijn knieën vallen.

(Dat is dus: niet tot op mijn billen (varkenspoten! dragonder-alert! om over dat optische achterwerk nog maar te zwijgen... ) niet tot halverwege mijn dij (drumstickbenen!) en niet tot halverwege mijn kuit (Summer Darkness, Blade). Tot op mijn knie.)

De revers moeten rustig zijn, in een V lopen en niet te kort zijn. Geen smerige Peter Pan-kragen, ouwelijke colkragen, kraagloze jassen, winterjassen met een boxing jacket-bovenkant, en absoluut géén ronde hals. Bontrandjes zijn al riskant. Ook asymmetrische lengten (achter langer dan voor, links-kort-rechts-lang of een kekke quasi-chique maar dodelijk onhandige overslag in terugvallende driehoek (met grote speld: BAH!) zijn uit den boze. Ik wil een symmetrische jas.

Verder wil ik zo min mogelijk opvallende details. Een fijne jaquard-print kan nog net, maar je bent al snel het meisje met die jas. Geen grove stiksels, contrastvlakken, geen grote zakken – en, nu we het er toch over hebben, by Jove, géén borstzakken. (Zal ik dat herhalen? Géén, géén borstzakken.)

Zo moeilijk is dat dus niet... U kunt zich de blijdschap voorstellen, reader-dear, die ik voelde toen ik twee jaar geleden een jas vond die aan dit alles voldeed. Hij was zo perfect dat ik vergat er twee te kopen. Een goede winterjas is een investering voor een jaar of drie als je geluk hebt en daarom het investeren waard, naar mijn idee. Voor de prijzen vans sommige jassen kan ik echter een heel schaap kopen en vervolgens de binnenkant nog verwerken tot tahine, koteletten, pittige worstjes, drankhoorns, waxinelichtjeshouders, haggis en wat dies meer zij. Ja, ik ben best bereid flink te dokken voor een goede jas, maar sommige winkels maken het bont, excusez les mots.

En nu moet ik dus toch voor de bijl. Ik heb nog even, kan nog een maandje toe met mijn zomerjas, maar dan begint de tijd echt te dringen. Ik ga vol goede moed op zoek, want ik weet dat het kan. En anders is het hopen dat het een Siberische winter wordt, zodat ik, met pijn in mijn al langzamer kloppend hart, comfort boven stijl kan laten gaan en een Woolrich-jas kan kopen. Die zijn toch al een beetje uit, dus dat scheelt weer in prijs. En ik kan mijn gezicht, mocht dat nodig zijn, altijd verbergen in die bontkraag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten