Op koude avonden zoals deze is afhankelijk zijn van het OV een crime. Ik wil graag naar huis, maar mis tot twee keer toe mijn aansluiting, wat me op een vertraging van ruim anderhalf uur komt te staan. Om de vijf minuten gaat er een trein naar mijn wijk, dus ik kom heus wel thuis... Eenmaal aangekomen op mijn voorlaatste vertrekstation blijkt dat een misvatting. Ik moet opnieuw een half uur wachten.
Ik loop nog eens naar het bord, ik kan eigenlijk niet geloven dat er in die dertig minuten geen enkele trein mijn kant op gaat - en dat voor een zaterdag. Het vriest een klein beetje en daar zijn mijn panty noch mijn flinterjurk op berekend.
'Daar sta je dan,' zegt een man achter me. Ik draai me om. Mocht hij kwaad in de zin hebben, dan heb ik in ieder geval gezien wie het was. Twee kerels van richting de veertig grijnzen me verwachtingsvol aan. Brave huisvaders, zo op het eerste gezicht. De ene is een TOVTJAP en een hele bange ook; daar zal ik zo achter komen.
Ik zeg niets. Wat kan ik hier ook op zeggen. 'Heb je je tong verloren.... mewrauw?' vraagt de TOVTJAP. Oh, hij tutoyeert me wel, maar ik ben toch een mevrouw? Ik kijk hem aan en zeg niets. Om zichzelf iets te doen te geven neemt hij nog maar een slok bier en een haal van zijn sigaret. Het is in een oogopslag duidelijk wie van deze twee de bad boy is en wie de bob.
'Als je niet meer thuis komt, mag je wel bij mij logeren?' grijnst de TOVTJAP. Ondanks mijzelf moet ik lachen. Bij het zien van mijn hagelwitte gebit krabbelt hij nog terug ook, de lamstraal.
'Of nee, als ik een meisje als jij meeneem krijg ik ruzie met m'n wrauw! Je hebt een mooi gezicht.'
Had hij het hierbij kunnen laten, dat had ik de kans gehad het compliment te accepteren. Maar neen. 'Zonder kwade bedoelingen, hoor. Ik heb een wrauw, een best leuke, maar jij bent heel knap, wilde het gewoon zeggen, verder niets, mijn wrauw, ik ben gelukkig en netjes getrouwd met haar en lang al ook... Maar tochehm, je benten mooie wrauw, je maggerzijn!'
Bedankt, Martin. Bla, bla, bla. Hoe komen we binnen een halve minuut van logeerkamer naar problemen in de echtelijke slaapkamer?! Alleen een slecht geweten neemt zoveel tijd voor onnodige uitleg. Stakker.
'Ik heb geen vrouw,' oppert Bob zachtjes, oprecht en licht triomfantelijk, 'dus ook geen problemen!' Mocht er inderdaad geen trein meer gaan dan is wederom de keus snel gemaakt.
Vriendelijk doch beslist wijs ik beide voorstellen echter af en haast me terug naar boven. Mijn trein gaat pas over twintig minuten en ik schat in dat het in de hal twee graden aangenamer is: het verkassen zeker waard. Op zo'n zwartmetalen bankje dat de warmte uit je zitvlees zuigt zit een jongen. We kletsen wat en zo kom ik te weten dat hij als ober werkt en een ICT-opleiding doet. Ook weet ik nu dat hij nog bij z'n ouders woont, en negentien is. Schattig.
Na een klein kwartier moeten we allebei naar onze trein.
'Mag ik je nummer?' vraagt de booi tot mijn grote verassing. Het was best gezellig, maar hij is echt veel te jong voor me en dat is dan nog een understatement. Ik onderdruk een lachproest, en twijfel. 'Dan gaan we verder kletsen?' dringt hij aan. 'Uh, okee,' stamel ik, 'ik wil je m'n nummer best geven, maar dan wordt de insteek er een van broer-zus, verder niets. Als je dat goed vindt, krijg je m'n nummer.' Hij stemt toe en wenst me een goedenacht.
Lieve lezer, ik had kunnen weten dat de bedoelingen van mijn nieuwbakken broertje-plus niet zo zuiver waren toen hij me na drie minuten belde. 'Ik wilde weten of je me wel het goede nummer had gegeven...'
Tsja. Negentien, dan denk je dat soort dingen. Vermoeiend. De toon van zijn berichten was daarnaast allerminst broederlijk, dus na een dag of twee heb ik ons contact afgekapt.
Zaterdagavond? Gelachen heb ik zeker. Humor is, nogmaals bewezen, van alle leeftijden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten