Het is makkelijk om alles wat een kind verkeerd doet te wijten aan de ouders en de opvoeding. Het is nog veel makkelijker om 'beleefdheid' – zo'n speerpunt in diezelfde opvoeding, net als 'respect' – als een afgebakend vlak te zien, en nog véél makkelijker en fijner om je te verontwaardigen over 'een gebrek aan respect' of 'een slechte opvoeding' als die niet overeenkomt met hoe jij denkt dat omgangsvormen gebezigd zouden moeten worden.
Een van de dingen die ik me na het leren spreken eigen heb gemaakt, is vousvoyeren. En die gewoonte zit zo diep dat ik er, zo'n twintig jaar na dato, soms moeite mee heb me wat informeler op te stellen, met name naar mensen die ik nog nooit eerder heb ontmoet. Afgelopen week deed zich zo'n situatie voor.
Ik had de schone taak een professor een mail te sturen. Het was een vervolg op een mailconversatie: er waren al meerdere mails over en weer verstuurd. Hij begon zijn mail met 'Ha Deirdre,' en het aloude dilemma kwam weer naar boven.
Het aantal haken aan deze situatie: het ging om schrift, niet om een gesprek. Twee: dat hij mij aanspreekt met Ha Deirdre wil niet zeggen dat ik mij vanzelfsprekend dezelfde vrijheid kan permitteren, maar tegelijkertijd wil ik niet onnodig formeel blijven doen – dat is toch bijna net zo vervelend als misplaatste familiariteit. Dat hij me tutoyeert is op te vatten als een uitnodiging hem ook te tutoyeren, maar precies dat vind ik dus lastig in te schatten, daar wij elkaar nooit hebben ontmoet. Ik ben, zoals dat heet, welopgevoed.
Het tegenovergestelde gebeurt mij ook. Ik heb het voorkomen van iemand waar je u tegen zegt, omdat ik net zo goed dertig had kunnen zijn – ik zit op de grens van mevrouw en vermijden direct aan te spreken. Onder leeftijdsgenoten vervaagt het onderscheid meestal geleidelijk van u naar je in een gesprek, niettemin doet onbehouwen jijen en jouen me met mijn ogen knipperen. Zo stond ik laatst in een schoenenwinkel. De verkoopster, een vrouw van in de veertig die mij wel vaker helpt, vroeg hoe het met me ging. 'Hoe gaat het, heb je een fijne dag gehad?' Knipper, knipper. 'Ja hoor, dank ú. Hoe was uw dag?' vraag ik haar liefjes met veel nadruk. Dat helpt niet.
'Wel goed hoor. Hoe zitten ze bij je? Zal ik ook even kijken of die zwarte er zijn voor je?'
Zo gingen we nog een kwartiertje door. Inwendig zuchtte ik. Het is te weinig om een punt van te maken – 'Het is U voor JOU, of anders kom ik hier nooit meer!', nee, toch niet echt... – maar ergens toch ergerlijk. Ze was alleen maar aardig, en dat waardeer ik, en ik vraag me af of, als ik 45 was geweest, ze me ook zou hebben getutoyeerd, als een oude bekende. Zo vaak kom ik hier nou ook weer niet.
Ik denk niet dat de verkoopster een slechte opvoeding had genoten, of dat ze me niet respecteerde. Sterker nog, ik denk dat ze me juist wel respecteerde en mocht, en me daarom tutoyeerde. Ze was helemaal niet onbeleefd of onbeschoft. Alleen een tikkeltje te vrij. Ahúm.
Een dag later stond ik voor een draaideur. In de deur zat een jongen vast van een jaar of achttien, die wachtte tot iemand met een deurpasje de deur in beweging zette. Die iemand werd ik. We liepen samen twee lange steile trappen op – en ik kwam te weten dat hij geen deurpas had, omdat hij stagair was in een aangrenzend bedrijf. Ik wenste hem een aangename stageperiode en zei hem dat als hij hulp nodig had met z'n verslag, ik dat best voor 'm wilde nakijken.
'Goh, bedankt!,' zei hij 'nou, ik wens u nog een hele fijne dag..'
Oioioi. Ja, ik had een jasje aan, en pumps, en precies genoeg make-up. Inderdaad, ik had geen straattaal of populaire woorden gebruikt en was professioneel-vriendelijk geweest. Maar hij zag toch ook wel dat ik zijn zus had kunnen zijn?
Ik gaf hem een gulle lach, tenslotte was hij alleen maar welopgevoed, net zoals ik. Al stak het me eventjes, ik waardeerde het wel. 'Ik u ook!' lachte ik knipogend naar hem.
Beter teveel decorum dan te weinig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten