Het was al zo goed als gelukt. Bijna. Met de charme van een ouder-maar-niet-zóveel-ouder meisje had ik de jongen al zover dat hij een oogje toe zou knijpen bij het afrekenen van mijn fiets. De paarse polo slobberde aandoenlijk om zijn lijf dat zichtbaar verlangde naar aardappelen, biefstuk, boterhammen met pindakaas, hamburgers en andere brandstof om nog zo'n vijftien centimeter omhoog en nog zo'n twintig centimeter in de breedte te groeien, een en ander vergezeld van een lichte, tijdelijke vorm van backne en grote vurige pustules op neus en voorhoofd. Maar daarna zou het een pracht van een kerel worden, weliswaar klein, maar langgewimperd.
Mijn fiets, lieve lezer, had het die morgen na zo'n vijf jaar trouwe dienst begeven. En nu was er geen redden meer aan; ik had er inmiddels al zoveel kosten aan gehad dat een nieuwe fiets kopen rendabeler was.
Ik was zó aan mijn fiets gehecht dat ik er maar geld tegenaan bleef gooien, als een slecht vriendje dat je maar niet los kunt laten. Daar hij mij het afgelopen kwartaal echter steeds vaker in de steek liet besloot ik nu definitief een einde aan onze samenwerking te maken. Genoeg is genoeg.
Online zocht ik een fiets uit en belde met het warenhuis om te vragen of hij op voorraad was.
Toen ik bij de winkel aankwam, stonden er inderdaad twee fietsen voor me klaar. Beide hadden versnellingen, die ik niet wilde, maar het leken stevige fietsen en dat wilde ik dan weer wél.
Een jongetje nam mij mee naar het magazijn, waar ik een proefrit mocht maken en hij de fiets voor me afstelde. Of hij hier ervaring mee had, vroeg ik, denkend aan mijn gebit waar minimaal een half miljoen in was gepompt.
De booi grijnsde. 'Nee, mevrouw. Maar ze komen zó uit de doos, ik hoefde alleen nog maar het stuur en het zadel vast te draaien...' Right. Mijn fietsen heb ik het liefst met zo min mogelijk poespas – hoe meer er aan zit, hoe meer er kapot kan gaan. Het waren de versnellingen die de prijs zo omhoog dreven, en juist daarop zat ik niet te wachten. Aan de andere kant zou een hele goedkope fiets – sociale-werkplaats-stanswerk – me naar alle waarschijnlijkheid uiteindelijk méér kosten. Niets ergerlijker dan een duurkoop, dus dan maar even investeren.
Mijn paarsbepoloode fietsenmakertje zag mijn twijfel. Ik hield mijn hoofd schuin en liet mijn stem dalen, zodat hij zich onwillekeurig naar me toe moest buigen om me te verstaan. Vertrouwelijk legde ik mijn hand op zijn arm.
'Ik vind de prijs wel wat hoog... Krijg ik er een slot van je bij?'
Hij hapte gretig en toen hij het probeerde, zag ik dat hij slechts met twee ogen tegelijk kon knipogen. 'Ik kan kijken wat ik kan doen mevrouw... heeft u deze kras op het frame gezien?' Goed zo, Rachid, op jou kan ik bouwen. Prettig dat we elkaar zo goed begrijpen, jij fijne vent. Met je polootje.
Lang leve het erotisch kapitaal.
Maar lieve lezer, als ik eerlijk ben, wilde ik de versnellingen nog steeds niet. Geheel in stijl met wat ik het pindakaassyndroom noem, zou deze keus mij ongelukkig maken. Wat het pindakaassyndroom is? Wel, soms, heel soms, heb je zeer specifiek zin in een boterham met pindakaas. Niet zin in een boterham. Niet zin in pindakaas. Nee, zin in een krakend verse, goede boterham, met een knapperig korstje en een dikke laag Calvé-pindakaas, óók op de randjes. Nou, en op zo'n moment kan ik wel vier boterhammen met appelstroop eten, en voor de leuk nog twee met hagelslag en een met kaas en een met leverworst. Ook allemaal heel lekker. Maar daarna voel ik me viezig, propvol, flink misselijk en het allerergste: ik heb nog steeds zin in de boterham met pindakaas.
Mijn maag zegt nee, maar bij de gedachte eraan begin ik toch te watertanden. Waar ik maar mee wil zeggen: als je zo vreselijk specifiek zin hebt in een boterham met pindakaas, moet je er gewoon een eten en het hele probleem is achter de kiezen, excusez les mots.
Hier gold hetzelfde, dus besloot ik toch van de deal af te zien. In de lift vertrouwde Rachid me na mijn uitgebreide verontschuldigingen nog toe dat hij het ook wel duur vond, en raadde me aan om op Marktplaats te kijken. Fijne vent.
Ik ga er nog een nachtje over slapen. Tenslotte moet je met investeren nooit haast maken – je kunt je geld maar één keer uitgeven. Fuck de boterham met jam, chorizo, humus of gestampte muisjes. Ik wil pindakaas, en lekkere.
Wat is het nut van huismerk als er Calvé bestaat?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten