Er zijn vrouwen die zulke dunne lippen hebben dat ze met één streek lipgloss allebei hun lippen tegelijk kunnen stiften en het er dan nóg overheen zit. Deze vrouw mag zich gelukkig prijzen: ze heeft helemaal geen smalle mond. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden: ze heeft haar lippenstift zorgvuldig aangebracht tot een kwart centimeter boven haar liplijn. Hoewel het dure, secuur aangebrachte en goed ingevulde lippenstift is, valt de lijn heel erg op. Aan de onderkant is namelijk gespiegeld hetzelfde gebeurd. Het meest clowneske is wel de nieuwe cupidoboog, die nu veel te dicht op haar neus zit, alsof ze heeft geprobeerd om haar mond op te snuiven en het halverwege heeft opgegeven. Maar boven de cupidoboog zie ik prompt de reden van deze nieuwe invulling: haar mond is niet te klein, haar neus is te groot.
Nu trekt de vrouw haar getekende lip omhoog alsof ze pijn heeft – de reden hiervoor ligt bij de omroeper, die vertelt dat reizigers naar Rotterdam via Schiphol moeten reizen, vanwege een defecte bovenleiding. De man naast me grijpt deze mededeling aan om mij zijn neusgaten te flashen om vervolgens zijn lange lijf kreunend van ongenoegen dichter naar de perronrand te manoeuvreren. Het wordt alsmaar drukker op de smalle strook – naast de reguliere reizigers naar Schiphol is er vanavond een voetbalwedstrijd en nu dus ook nog alle passagiers die normaal richting de Havenstad zouden reizen. Maar ik ben een geoefende reiziger, bepakt, bezakt en gehaaid bovendien. En volgens de wet van den eersten heb ik 'recht' op een zitplek. Dus ik zorg dat ik precies op het goede punt sta als de deuren van de intercity opzij schuiven, wurm ik me tussen de passagiers en bij God, ik twijfel niet over of ik boven of beneden ga zitten.
Als ik aankom in de coupé verwacht ik drukte, maar bij de deur is nog een plek vrij. Er zitten twee mannen tegenover me. Mijn intuïtie bedriegt me niet – de man recht tegenover me draagt geen aftershave, maar de geur van TOVTJAP is onmiskenbaar. Hij kijkt naar me en trekt een nadenkend gezicht. 'Ben jij gelukkig?'
Hemel, krijgen we deze interessantdoenerij? 'Nu wel,' grijns ik tegen hem, doelend op de zachte stoel. 'Maar wat is geluk?' quasimijmert hij verder. 'Dat verschilt – de invulling van geluk is niet statisch,' voeg ik hem al even quasifilosofisch toe. 'Dat is waar, jij hebt een punt! Kijk, van dat inzicht word ik weer een stukje gelukkiger...'
'Houd dat vast!' knipoog ik naar hem. Zijn vriend, geen TOVTJAP, geneert zich duidelijk. Ik snap dat wel. Ik pak mijn boek en laat de TOVTJAP praten over zijn skihut in Zwitserland. Er gaat een klein kwartiertje voorbij en we zijn bijna bij Bijlmer Arena. Vanaf de bank achter ons komt een jongetje met een bult op zijn jukbeen naar ons toe. 'Hee kerel!' brult de TOVTJAP, terwijl hij zijn zoon een zoen geeft en mij aankijkt. Ik heb een zwak voor hete pappa's en deze TOVTJAP voelt dat.
'Pappa, ken jij haar?' Het arme kind is te jong om te weten dat je in dit soort situaties geen stomme dingen moet zeggen. Maar ik kom er snel achter van wie hij het heeft.
'Deze mevrouw gaat met pappa mee naar huis vanavond, dat lijkt me wel leuk!'
Grote foei. Grote Ai. Vriend kijkt geschokt, kind kijkt met schotelogen, ik kijk nergens meer van op.
TOVTJAP verschiet geschrokken van kleur. Na enkele veel te lange seconden voegt hij er hakkelend aan toe dat ik in de schuur mag slapen en de golf van opluchting duwt de deuren van de coupé open. Het gezelschap maakt zich op voor de wedstrijd.
'Ga jij pannenkoeken bakken voor me bakken morgenochtend?' vraag ik het kind, met één oog op de pappa. 'Ik houd van bosbessenjam, dat kan je vader vast wel voor me regelen. En dan ga ik daarna in bad!' Hard gelach door de coupé; de ene man lacht nog bassiger dan de ander nu het gevaar is geweken. Van de vriend krijg ik een goedkeurende fijn-dat-we-het-zo-soepel-op-hebben-kunnen-lossen-knipoog. Ach, ik ben een kei in het afwenden van situaties die uit de hand kunnen gaan lopen. Maar die tochtige schuur kan ik niet over mijn kant laten gaan, grap of geen grap. Mijn gestel is veel te delicaat en deze TOVTJAP is duidelijk nieuw in het veld. Voor nu is de Daumzege mijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten