Het trillen van mijn hart dat ik ervoer toen ik de Godfather-trilogie voor de eerste keer bekeek had meer te maken met Al Pacino dan met de waarden die in de film zo worden geromantiseerd en gepropageerd: eer, respect, verantwoordelijkheid, loyaliteit en discretie. Ik had er een hoop voor over gehad om te trouwen in één van die oud-adelijke Italiaanse families in het begin van de twintigste eeuw, waar de rolverdeling tussen man en vrouw duidelijk was, de haren vettig en zwart en de neuzen groot – en allemaal in dezelfde windrichting. U weet, ik heb romantiek hoog in het vaandel staan. En ik had er, met mijn Bertolli-Italiaanse krullen, goed tussen gepast.
Het was nostalgie op haar best die me deed hunkeren naar nieuwe afleveringen van National Geographics Inside the American Mob. De documentaire schetst een beeld vanaf het punt dat de Staten Island Police en de maffia niet meer door één deur konden: het begin van de jaren zeventig. Daarvóór werd die grote, stille organisatie met haar vele rokken geleid door de bazen aan het hoofd van vijf samengestelde families: Gambino, Columbo, Bonanno, Genovese, Lucchese.
Volgens het witwesters stereotype staan Italiaanse mannen bekend om hun kleine-man-complex, met als gevolg hun opvliegende aard en gevoelige ego. Binnen de maffia kom je met dat soort korte-termijn-waarden helemaal nergens. Naar het zelfde stereotype hebben Italianen namelijk nooit haast en in zaken van leven en dood komt die koele kalmte ze zeker van pas. De documentaire schetst dan ook een beeld van vijf founding godfathers die pas geweld gebruiken als het echt moet – na inachtneming van de mores en erecodes die bij dit soort zaken in werking treden. Deze vroeg-maffiaanse scrupules omtrent geweld zijn niet toevallig. Na God de Vader komt immers de angst van iedere godvrezende Italiaan nog: de Heilige Moeder. Een positief punt uit het eerder genoemde stereotype is dit: Italianen hebben heilig respect voor (mooie) vrouwen. Dat pleit voor ze. En misschien nog wel belangrijker: de maffiosi gebruiken hun gezond verstand en denken aan de mogelijke gevolgen op lange termijn. Door hun acties onder het bereik van de politieradar te houden, leidden zij een onzelfzuchtig, gedoogd, gelukkig, weldadig leven in Little Italy, New York.
Net zoals in Coppola's films komen andere onderwerpen subtieler aan bod: met name de delicate balans tussen assimilatie en identiteitsbehoud voor eerste-, tweede-, en derde-generatie immigranten in een niet zo Italo-vriendelijk Amerika. Misschien spreekt de trilogie me daarom zo aan – de afweging van je moeten aanpassen aan de wetten van de samenleving waarin je leeft, waarin je half-Italiaanse (genetisch, cultureel, of allebei) kinderen opgroeien, zonder daarbij je wortels te verloochenen boeit mij als literatuurwetenschapper natuurlijk bijzonder.
Met de nieuwe generaties maffiosi verdreven egoïsme, winstbejag en kip-zonder-kop-represailles (oog om oog: iedereen blind!) uiteindelijk het oude-stijl maffiasysteem (inclusief goedkeuringscommissie, met vetorecht) en dat kwam de organisatie niet ten goede. Eeuwig zonde, maar misschien ook niet, anders waren de film en de docu er nooit gekomen. Het Amerikaanse beeld dat Italianen gewelddadig en meedogenloos zijn wordt in géén van beide representaties neergesabeld – wat ik wel jammer vind.
(Er bestaat trouwens wel een serie waarin maffiavrouwen centraal staan: Mob Wives, uitgezonden door TLC. Maar daar worden de hoofdrolspelers neergezet als een stel geldbeluste, gebotoxte alcoholici die volledig afhankelijk zijn van de willekeur van hun bad boy echtgenoten. Wat een leven...)
Ofwel de documentaire is geromantiseerd, of The Godfather is realistischer dan ik dacht, op de aanwezigheid van Kay na dan. En wat hebben we hiervan geleerd? Niet alle Italian-Americans zijn gewelddadige patsers, maar de meeste maffiosi wel. Als je leven je lief is, blijft La Cosa Nostra vooral none of your business. En daar is geen woord Italiaans bij.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten