maandag 30 december 2013

Haven

Smoezend banen wij ons een weg door het mannenwalhalla dat kroeg heet. Waar ik ook kijk, ik zie alleen maar leuke kerels, waaronder een man met een zwarte Moby-bril en een rustige, vriendelijke uitstraling. Naast ons staat een groepje mannen in spijkerblauw en mijn metgezel heeft haar oog laten vallen op een aantrekkelijk stuk denim met een rossig baardje. Dit belooft wat.

Stiekem vind ik Moby het leukst, daarom negeer ik voorlopig de aanbiddelijke adonis met de zwarte jas die herhaaldelijk naar me kijkt en knipoogt. Maar de man geeft geen sjoege. Nadat ik een uur lang welwillend heb geprobeerd conversatie met hem te maken, mee ben gegaan naar een andere kroeg, vriendelijk heb gelachen om zijn grapjes die ik maar half versta en hij nog steeds geen aanstalten maakt richting mijn nummer wordt mijn ongelovige ego duidelijk wat ik verstandelijk al veel eerder wist: hij wil niet. Dat mag natuurlijk, niet de hele wereld wil mij. En met zijn betrokken vriend, een getrouwde vader van twee kinderen, heb ik een toch minstens zo interessant en plezant gesprek, zonder druk of verwachtingen.

Maar de avond vordert en de mannen zijn talrijk. Daarom sta ik nu tegen Geert aan, die naar me grijnst terwijl hij mijn borsten ritmisch plet tegen zijn lijf en tot vier keer toe zijn Bacardi-cola over me heen gutst. De opmerking 'Wat kun jij goed dansen zeg, het is dus waar wat ze zeggen!' laat ik alleen maar passeren vanwege Geerts tomeloze enthousiasme en de vijf gin tonics achter mijn kiezen. Gelukkig brengt mijn gezel wat lucht in de situatie: zij wil met groupe denim mee naar kroeg nummer drie. Ik vertrouw haar toe aan de zorgzame handen van Barbarossa & co en zoek mijn heil bij de hete tweeling die me ridderlijk en onzelfzuchtig redt uit Geerts grijpgrage klauwen, vóór hij me naast een rumdouche ook blauwe plekken bezorgt.

In de rij voor de garderobe kom ik in contact met een nieuwe man: Bram. Hij wil me meenemen terug naar kroeg één en dat klinkt als een plan. De schat houdt de deur open, hangt mijn jas onder de zijne, legt zijn hand zacht sturend op mijn rug en haast zich om me een drankje te geven. Maar zijn noodlot wil, lezer, dat alles wat deze geweldig lieve, leuke jongen voor me doet in het niet valt bij de verraste glimlach die me tegemoet straalt als we kroeg één betreden. Wie vangt me op? Adonis Zwartjas. En de sterren in mijn ogen zijn niet bedoeld voor arme Bram. The female preference can be a b.

Adonis raakt mijn haar aan, steekt zijn handen in mijn broekzakken. 'Ik vind je leuk,' zegt hij. Insgelijks...mijn jas en Bram ben ik al vergeten. Maar na enig vragen komt de reden achter Adonis' aarzeling naar boven. 'Ik zou graag je nummer willen – ik heb een vriendin, maar ik vind je echt heel leuk... ' Hij knipoogt en zijn stem daalt veelbetekenend. 'We kunnen elkaar nog eens ontmoeten als je wilt... Hoe sta jij daar tegenover?'

Meestal blijf ik in deze gevallen niet staan – ik ren zo snel mijn benen me dragen kunnen de andere kant op. Dank je feestelijk, Adonis. Mijn eer is net zo gezond als mijn lijf en leden en dat mag zo blijven. Jammer alleen dat ik hem door dit voorstel niet ineens afstotelijk ga vinden. Maar Bram verschijnt en neemt me opnieuw onder zijn hoede.

Zonder een woord van verwijt om mijn onverklaarbare verdwijnactie legt hij mijn jas om mijn schouders en escorteert me naar huis, mijn arm in de zijne. 'Ik zou het leuk vinden je nog eens te zien,' zegt hij zacht en hoopvol. Hij heeft mijn nummer goed in zijn telefoon staan, op één cijfer teveel na. Dat laat ik maar zo – Bram is lief, maar hij is niet mijn type. Ik gun hem het voordeel van de twijfel, maar ik gun mijzelf de twijfel.
Weet ik een goede man soms niet op waarde te schatten – moet hij ook nog op zijn hoofd gaan staan? Nee hoor. Maar chemie kun je niet afdwingen, alle nachtelijke wandelingen ten spijt. Als Bram slim genoeg is om de fout uit mijn nummer te halen hoop ik dat hij me belt, zodat we thee kunnen gaan drinken en ik me óók van mijn beste kant kan laten zien. Tenslotte draait het in de wereld om kansen – sommige mensen pakken ze niet, anderen zien ze niet en weer anderen geef ik graag een tweede.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten