woensdag 11 mei 2011

Prijs

Ik heb hier al veel geschreven over liefde, lust en het vinden van de juiste man. Vandaag is geen uitzondering. Bij toeval kreeg ik de titel van een boek onder ogen. Het boek, geschreven door een sekstherapeut (en belangrijker: een man) draagt de naam Be honest: You're not that into him, either. Voor de kenner: dit is een niet te missen verwijzing naar het verfilmde boek He's just not that into you van Greg Behrendt en Liz Tucillo. Een groot deel van de lezers (ik zeg bewust niet 'lezeressen') is dolenthousiast en zweert bij dit tweede boek, een ander deel veroordeelt het als stigmatiserend en denigrerend, vooral omdat het vrouwen voorstelt als afhankelijke, imbeciele wezens zonder enige realiteitszin. Ik hoor bij dat deel dat de aanbevelingen met een flinke schep zout neemt, maar zich toch even achter de oren krabt.
Ik geef het toe, ook ik voel me ongemakkelijk en onzeker als een man niet op tijd belt of me laat bengelen. Mijn intuïtie vertelt me dat hij me niet leuk genoeg vindt, maar uit valse hoop negeer ik dit gevoel altijd. (Zal ik deze zin even vet afdrukken? We hebben hem later nog nodig.) Vervolgens belt hij a) toch, en dan ben ik zo opgelucht dat ik al mijn zorgen vergeet, b) niet, en daar kom ik dan ook wel overheen, al duurt het soms lang en beïnvloedt het mijn zelfvertrouwen of c) te laat, en dan hangt het van mijn hormonale gesteldheid af hoe ik daarop reageer.
Het is mijn hang naar aandacht, het verlangen naar liefde en seks en genegenheid die maakt dat ik bereid ben mijn principes te verraden en mijn intuïtie terzijde te schuiven. Als een junk in rehab houd ik mezelf voor dat ik het deze keer anders aanpak, dat ik nu 'Koele Vrouw' zal spelen (met dank aan Eric Berne) dat deze man 'vast anders is' en dat ik hem niet zal veroordelen op of hij al dan niet belt en het tijdstip, want dat is zo 2001...
Ik kan de overheid, Betty Friedan en Mattel hier de schuld van geven, maar dat zou in alle drie de gevallen onterecht zijn. Ja, een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Als je iets wil, moet je het pakken. Als je maar hard genoeg werkt, zul je het krijgen. Net als Barbie een Ken, een Parijse buldog, een roze cabrio en een baan heeft en tijd vindt om naar de kapper te gaan voor een kleurbeurt. Maar waar het bij mij vaak misgaat, is dat ik het vinden van een man op een bepaalde manier precies zo aanpak als het voltooien van mijn studie, terwijl dat averechts werkt. Het is niet de man die een project moet zijn, ik ben het project. Ik steek de moeite in mijzelf en leer van mijzelf te houden zonder daar een man voor nodig te moeten hebben. Barbie kan dan misschien niet staan zonder Ken om op te steunen, ik kan dat wel.
Volgens mijn grote vriendin Patti S. vallen mannen op vrouwen die hun eigen leven leiden en hoewel ik het pijnlijk vind om toe te moeten geven draait een stukje van mijn leven wel om de man die ik leuk vind, als ik hem echt leuk vind. De belofte van aandacht en mogelijke liefde reduceert mij tot een kirrende bakvis. Een giechelende, onzekere puber. Een, pom-pom-pom, afhankelijk hoopje vrouw. En vele vrouwen met mij. Vandaar dat Behrendt en Tucillo vijf keer per jaar op vakantie kunnen.
Maar ik ben me bewust van dit patroon. Ik ben niet achterlijk, en ik heb noch hun boek, noch een film nodig om me in te laten zien wat er aan de hand is. Ik zou meer aan tips hebben die me vertellen hoe ik die cirkel kan doorbreken. Hun boek, en ook dat van Patti S., propageert een passiviteit waarvan ik altijd heb geleerd dat het iets negatiefs is. Ik ben opgevoed met het idee dat passief zijn verkeerd en non-productief is. Ik ben er zelfs voor in therapie geweest.
Ik zal niet beweren dat ze me vertellen dat ik mijzelf moet verloochenen om een man te vinden. De regels zijn duidelijk: je hoeft jezelf niet te verloochenen, je moet alleen wel je eigen leven blijven leiden. Alle Amerikaanse trouwringgerichtheid daargelaten, zit er wel wat in, maar ik mis praktijktips.

Waarom denk ik nieuwe informatie te vinden in Be honest: you're not that into him either? Omdat de schrijver het heeft over standaarden. Ian Kerner spreekt over het niet verlagen van je standaarden uit wanhoop, maar rustig wachten tot de juiste man langskomt. Dat is een ander soort afwachten dan Patti, Greg en Liz voorstellen. En wat mij door mijn hoofd schoot was de grote waarheid in deze woorden. Ik wacht op mijn prins op het witte paard, maar als er een pukkelige dwergnar op een kreupele ezel langskomt die interesse toont, vind ik het eigenlijk ook al goed. Ik ben zo moe, bang, onzeker gemaakt en murwgeslagen door alle slechte ervaringen dat ik het criterium verliefd allang niet meer op één heb staan. Als hij maar lief is, aardig, leuk, niet al te afstotelijk en een beetje ambitieus. Vervolgens eindig ik met een man waarvan ik nog vóór het eerste contact al wist dat ik hem niet wilde. Ik maak mijzelf verliefd op hem en vergoelijk al zijn eigenschappen die me tegenstaan uit hoofde van oppervlakkigheid. (Het zogenaamde Quasimodo-syndroom.) Ik verlaag mijn standaarden, pas me aan, maak er het beste van en negeer het knagende gevoel, tot het me op een gegeven moment toch opbreekt. Of erger, hij dumpt mij. En dan voel ik me natuurlijk dubbel in mijn bek gescheten. (Pas d'excusez lets mots, dat nare gevoel is wel drie nog grotere grofheden waard.)

Heeft u de nuance nog nodig? Moet ik mij weer van mijn beste kant laten zien, zoals lieve meisjes doen? Goed. Als mijn prins op een ravenzwart paard komt, een elfde teen heeft, rancuneus is of een tikkeltje verwend, zal ik hem niet door laten rijden. Concessies doen is mij niet vreemd. Maar het punt is dat ik teveel, te vaak en te graag concessies doe op cruciale punten. Ik breng graag valse offers, in de hoop dat het me iets oplevert. Iets: waardering, liefde, geluk. Maar het levert me niets op en eigenlijk weet ik dat ook wel. Het levert me heel even iets op, maar niet genoeg en niet de juiste dingen. Het levert me vaker niets op: ongenoegen, tranen, meer wanhoop, onbegrip, zelfhaat en een hol, verscheurd gevoel, omdat ik niet trouw ben gebleven aan mijn idealen maar het gevoel heb, niet meer terug te kunnen. Als het om de liefde gaat, ben ik een luciferkathedraal.

Maar hoop doet leven, stelt de uitdrukking. Voor mij geldt dat zeker, want als ik me ergens geen voorstelling van kan maken, kan ik er niet in geloven – metaforisch gezien dan. Ik kom graag goed beslagen ten ijs – op welk ijs dan ook – en kan niet mét, maar ook niet zonder verwachtingen leven. En daarom zal ik deze persoonlijke noot afsluiten met woorden van hoop en verwachting.

Dus ja, ik hoop dat Ian Kerner me kan vertellen, wat ik moet doen. Ik hoop dat hij me kan vertellen, of mannen net zo onzeker zijn als ik soms ben, (want dat stelt me gerust) en wat ik moet doen als ik mijn zesde pak dubbellikkers heb doorgebeten en er een Bily Wirth, Gijs Staverman of Wentworth Miller voor me staat. (Jaaahaaa, Patti? Wat nu?) Ik hoop dat ik door zijn tekst het inzicht krijg wat ik nodig heb om niet toe te geven aan de gevolgen van een korte-termijn keus, die zo tegengesteld zijn aan de gevolgen voor de lange termijn. Ik hoop dat dit het laatste zelfhulpboek is dat ik hoef te lezen. Ik hoop dat hij me kan triggeren om voor mijzelf te kiezen, vóór ik voor een ander kies.
En als zijn tekst me niet genoeg helpt, bel ik Patti wel. Ik heb dat kwart miljoen dollar lidmaatschapsgeld niet, maar het schijnt dat vrouwen gratis in het bestand mogen. Zonder garantie op een date, maar ach. Als er maar één man met me wil daten die daar ingeschreven staat, weet ik tenminste zeker dat zijn bedoelingen oprecht zijn. Money can't buy love, but it can guarantee sincerity.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten