woensdag 5 oktober 2011

Arg(ern)us

In mijn vorige buurt had ik een buurvrouw die zo vreselijk nieuwsgierig was dat ze 's avonds vast hoofdpijn had van al dat kijken. In mijn straat kon er geen blad van de boom vallen of buurvrouw Bep had het in het vizier. Dat ging ook op voor bezoek, het doen van boodschappen of het maken van een wandeling. Ze schroomde ook niet om me aan te spreken op mijn gedrag, in haar onvervalste platte accent: 'Jehháát bezsoekhèèh? Wasj datsje moeda?' Nu moet ik zeggen dat ik af en toe blij was met de bemoeienis van deze godmother. Haar aanwezigheid zorgde ervoor dat mijn fiets in mijn bezit bleef en haar kleinzoon op straat kon spelen zonder overreden te worden. Maar vaker kwam haar bemoeizucht me de keel uit.

Hetzelfde gold voor de mensen die, toen ik mijn scriptie nog niet afhad, vroegen wanneer ik 'nou eindelijk eens' mijn scriptie af ging maken. Ik ben de eerste die zal toegeven dat het allemaal flink wat langer duurde dan gepland. Een deel van deze reacties heb ik zelf over me afgeroepen door mijn frustraties over de duur van mijn schrijven te ventileren. Ik heb het dan niet over de goed bedoelde adviezen van hen die wisten waren ze over spraken: dat was alleen maar fijn. Maar de enigen die echt recht van spreken hadden waren de personen die mijn studie betaalden: mijn ouders. Toch kreeg ik van relatieve vreemden deze voor mij confronterende en vrijpostige vraag. In het begin belangstellend, later smalend. Mensen uit de sportschool die, zodra ik mijn hoofd liet zien, me vroegen of ik 'al' afgestudeerd was. Er was zelfs een collega die, uit de goedheid van haar hartje in volle onschuld, me ieder uur dat ik met haar werkte, vertelde dat ik het af moest maken - alsof ik dat zelf niet bedacht had – liefst binnen gehoorsafstand van klanten. (Of misschien was dat toeval.) In reactie op haar vragen, die werkelijk goedbedoeld maar daarom niet minder vervelend waren, kreeg ik ook van een ander dezelfde vraag.
Deze persoon, die niet eens precies wist wat ik studeerde, het woord 'universiteit' nauwelijks kon spellen, laat staan dat ze er ooit een van binnen had gezien, vroeg mij wanneer ik 'nou eindelijk eens af ging studeren, want het duurde wel errrug lang!'
Excuse me, what business is that of yours? Vraag ik soms wanneer jij 'nou eindelijk eens' een man vindt, 'nou eindelijk eens' om leert gaan met je emoties zonder je bokkenpruik op anderen af te reageren of 'nou eindelijk eens een keer' gaat beginnen aan het wegwerken van die tien kilo middenrif teveel van je??!!! De onbeschaamdheid! Mijn beleefde inborst maakte dat ik mijn thee binnenhield en bedaard antwoordde: 'Het komt wanneer het komt.' Per slot van rekening was het mijn zaak, mijn project en al klaag ik erover, dat betekent nog niet dat jij dat ook mag doen. Bewaar je dedain dus maar voor je moeder.

Net zo'n frustratie geeft mijn health kick. Het afgelopen jaar ben ik erg bezig geweest met mijn gezondheid en mijn gewicht. Mijn hart is van nature niet zo vreselijk sterk en ik ben een flinke tijd zwaarder dan betamelijk geweest. Nooit maagband-dik en echt lelijk zal ik wel nooit worden, maar het is voor alle delen van mijn fysieke en mentale gezondheid beter als ik op een gewicht ben waarvan ik vind dat het bij me past. Om dat te bereiken probeer ik dingen uit. Niet alles werkt. Wat ik wel weet, is dat ik van drank een opgezette buik krijg, een ongebreidelde vraatzucht, een slechte huid, cellulite en een onderkin.
Wekelijks spendeer ik zo'n acht uur in de sportschool. Al die inspanningen worden teniet gedaan na een glas wijn. Dat vind ik het maar zelden waard. Als ik een lijf wil dat in de buurt komt van dat van een topsporter, moet ik denken en eten als een topsporter – minus de enorme hoeveelheid koolhydraten. Kiezen is opofferen. Mijn lijn, die altijd op een precair evenwicht berust, komt me zeker niet aanwaaien. En dan nog noemen vreemde oude mannen me 'stevig'. (Hooi)

De andere kant hiervan is dat mijn gewicht invloed heeft op mijn zelfvertrouwen. Slank zijn lost geen problemen op in het sociale vlak: de mensen die niet van me hielden toen ik dikker was, zullen niet van me houden als ik twintig kilo verlies. Ik weet dat slank zijn niet zaligmakend is. Je bent wie je bent, ongeacht je gewicht. Toch worden mensen beoordeeld en afgerekend op hun gewicht. Daarnaast is het niet alleen cosmetisch: sporten heeft altijd een positief effect, óók als je het niet op de weegschaal of in de spiegel ziet. Sporten verandert ook je lichaamsvorm en je vetpercentage. Je hoeft je dus niet blind te staren op een kledingmaat. Maar iedereen die ooit boven zijn ideale gewicht of kledingmaat heeft gezeten, weet hoe heerlijk het voelt om weer in je favoriete spijkerbroek te glijden. Helemaal als dat een bewuste keus is geweest. Ontken het maar niet. En met het oog op komende sollicitaties kan ik ieder greintje zelfvertrouwen gebruiken dat ik vinden kan. Nu heb ik nog de tijd om me af te beulen en mijn conditie en gewicht op peil te houden. Ik wil zelfvertrouwen uitstralen, me goed voelen en genoeg energie hebben om me vol op een baan te storten. Drank hoort daar eventjes niet bij.

Ik mis het niet. Mijn vrienden missen het wel. Ik dacht altijd dat ik me niet anders gedroeg als ik gedronken had en in grote lijnen klopt dat. Ik vestig nooit de aandacht op mijn drankje. Maar ik merk dat het stigma dat op niet-drinkers ligt, nog altijd zwaar weegt. Mismoedig wordt er naar het glas cola in mijn hand gestaard. Een enkele medelijdende zucht wordt mijn kant op geworpen. Mensen zijn teleurgesteld en verslijten mij voor suf, alleen maar omdat ik niet drink. Want alleen orthodoxe gelovigen, kinderen en slappe mensen drinken niet. Natuurlijk, feestjes zijn iets minder leuk als iedereen lam is en ik niet. Maar de keerzijde is dat als ik wel drink, ik dik word en helemaal geen zin heb in feestjes. Laat staan dat ik de foto's kan verdragen die worden genomen. Iedere hoek is dan namelijk ongunstig en schildert mijn lijf af als puilend en wanstaltig. Mijn borsten lijken gigantisch, mijn buik is enorm en gezwollen en mijn benen komen tevoorschijn als zuilen van zwoerd: massief, bleek en bobbelig. Het is erger dan een Hunkemöller- pashokje.
Het punt is dat de mensen die me beschimpen en belachelijk maken vanwege mijn geheelonthoudersstijl in hun eigen leven nog veel rigoureuzere keuzes maken waar niemand iets over zegt. Ik ken een dame die schampere opmerkingen over mij maakte, maar haar arm brak tijdens een eigen lijnpoging omdat ze uit slapte tegen de vlakte sloeg. Dat mag dan weer wel, maar als ik me aan mijn eigen regels houdt, ben ik niet meer leuk.
Newsflash: ik ben liever slanker, gezonder en succesvoller dan het vadsige lachertje van de week. Ik begrijp het wel: het is prettig om iemand in je directe omgeving te hebben naast wie je altijd beter afsteekt. Hoe erg out of shape je ook bent, het is geruststellend om iemand te kennen die er nog slechter aan toe is. Women will be women. Maar ik pas voor die positie.

Al eerder heb ik een lange health kick gehad: toen heb ik ruim twee jaar geen druppel alcohol naar binnen gewerkt en de effecten waren duidelijk zichtbaar. Toen ik na die tijd weer eens een avondje meedronk, omdat ik dat namelijk wél lekker vind werd ik grif bijgeschonken en aangemoedigd, door te drinken. Het was na een etentje met vrienden en in huiselijke kring. Mijn half serieuze vraag op zoveel enthousiasme ('Jij vindt mij leuker als ik dronken ben, hè?') werd met een volmondig JA beantwoord.
Achteraf werd door diezelfde enthousiast schenkende persoon spottend gezegd dat ik 'niet dronk, maar wel een fles rum naar binnen werkte, huhuhuhuh'. Mijn lage tolerantiegrens maakte de opmerking sowieso onmogelijk. Meer nog dan van de eerste opmerking stond ik versteld van de tweede. Is dat eerlijk, nodig, aardig of discreet? Is het een blijk van ware vriendschap? Ik vind van niet.

Bovendien beslis ik nog altijd zelf wanneer ik wel en niet drink: het is niet zo dat omdat ik besluit een tijd niet te drinken, die 'verordening' vanaf dat moment voorgoed in werking is getreden en ik 'de regels breek' of iets 'verkeerd' doe als ik wel een glas drink. Het is mijn beslissing, mijn project, mijn leven en mijn lichaam. Nogmaals: bewaar je dedain maar voor je moeder, met cirrose toe.

En de moraal van dit lange verhaal? Bemoei je met je eigen zaken en steek je haviksneus in je eigen verzakte boezem, dan komt het allemaal terecht. Met een beetje geluk heb ik dan genoeg aan de sportschool om mijn frustraties te uiten in plaats van mijn lezers mee te sleuren in mijn ergernissen. Leuke tijden benadrukken is tenslotte net zo sociaal wenselijk als drinken. En iedereen wil ergens bij horen: ik ook! Bij de grote groep vlotte, strakke, sportievelingen. Dus tenzij iemand mij een glas zalige droge cava aanbiedt zeg ik voorlopig: mais non, merci.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten