woensdag 26 oktober 2011

Ondergoed

Dit, liever lezer, wordt een zeer persoonlijk en langdurig pleidooi met diepe emotionele wortels.
Ik wil ervoor pleiten, de vraag 'waar kom je vandaan' een zelfde reis te laten beleven als de vraag 'wat is je seksuele geaardheid'. In termen van politieke correctheid, bedoel ik. U wilt niet weten hoe vaak de vraag 'waar kom je vandaan' – en vele variaties hierop – mij gesteld is op grond van mijn uiterlijk en ik heb er genoeg van. Het maakt me boos, verdrietig, onzeker en wrevelig.

Laat ik de zaken nuanceren, oh lezer. Ik begrijp dat de vraag 'waar kom je vandaan' een vrij standaard gebruik is bij de kennismaking. Door de jaren heen heb ik ervaren dat mensen een ander antwoord verwachten dan ik dacht. In den beginne gaf ik altijd mijn woonplaats op als antwoord. Vervolgens de plek waar mijn middelbare school stond. Nog later de plaats waar mijn universiteit zich bevond, afgewisseld met de plek waar mijn ouders resideren. Als men niet tevreden was met deze antwoorden (vraag me niet waarom, want waarom zou dit niet genoeg zijn?) gaf ik bij uitzondering mijn geboorteplaats op, in de hoop hiermee voldaan te hebben aan de sociale wetten.

Maar voor sommigen was dit niet genoeg. Als ik als antwoord gaf: 'Blaricum' keken sommige mensen mij ongelovig of ongeduldig aan. 'Ja, vast wel. Maar ik bedoel: waar kom je oorspronkelijk vandaan?'
Ik vraag u, lieve lezer, wat bedoelt mijn vragensteller? Eens heb ik, verbaasd over zoveel pookzucht en nieuwsgierigheid, maar bereid tot pleasen, geduldig uitgelegd hoe mijn ouders elkaar hebben ontmoet. De vragensteller liep gewoon weg. Een andere keer kreeg ik als eerste vraag 'waar kom je vandaan?' toen 'ja, en wat is je achtergrond?' en daarna 'maar waar zijn je ouders geboren?' en 'maar waar liggen je roots dan?' Ook toen voldeden mijn antwoorden (Uit de buurt van Amsterdam, Literatuurwetenschap, Het zijn beiden stadsmensen, Eigenlijk ligt mijn hart bij de verkoop) wederom niet.
Ik ben niet achterlijk, lieve lezer. In het begin begreep ik oprecht niet wat men van mij verwachtte. U bent de eerste niet, laat ik dat voorop stellen. Ik krijg deze vragen al vanaf het moment dat ik mijn naam kan spellen. Wat mij naast het patroon in deze vragen opviel was dat mijn klasgenootje Kajal, geadopteerd door hartelijke gulle witte westerlingen die haar ongetwijfeld een beter bestaan boden dan ze bij haar moeder in Brazilië had gehad, de vraag ook kreeg. Maar Tjitske, melkwit, blauwogig en donkerblond, hoefde die vraag nooit te beantwoorden. En Wouter, Laura, Frederik en Thijs evenmin. Zelfs Sander, die rood haar had en van achteren McLaren heette, kreeg de vraag nooit.
In mijn basisschoolklas zaten maar twee niet-witte kinderen: Kajal en ik. In mijn tijd bestond het onderscheid tussen 'witte' en 'zwarte' scholen nog niet, maar ik kan met recht stellen dat mijn basisschool toentertijd een witte school was. Politiek witte kinderen, uit het midden- of hogere inkomenssegment, met klinkende namen en welgestelde achtergronden. En hoewel ik zoals altijd aarzel om mijzelf met wie dan ook over één kam te scheren hadden Kajal en ik alles met de anderen gemeen, behalve onze niet-witte huidskleur.
Als iemand Kajal vroeg waar ze vandaan kwam, vertelde ze altijd dat ze geadopteerd was. De tevredenheid die ik op gezichten zag verschijnen als ze zei: 'Ik ben geboren in Sao Paulo, maar ik ben geadopteerd!' maakten me duidelijk dat het goed zou zijn als ik ook zoiets zou zeggen. Mondhoeken krulden, ogen glansden, tanden blikkerden bij de ontdekking van een nieuwe exoot die al even gretig voldeed aan de verwachtingen. En daar wringt bij mij de schoen. Ik ben namelijk niet geadopteerd. Mijn 'afkomst', hoever je ook terug wil gaan, is in mijn ogen even exotisch als aardappelen geteeld in klei.
Ik ben geen diplomatenkind. Ik heb best wat trans-Atlantische vakanties achter de rug, maar veel exotischer dan dat wordt het niet. En inderdaad, mijn beide ouders zijn ook 'gewoon' geboren op Nederland grondgebied. Want stilzwijgend is dat ook de norm, dus als ik de vraag terúg stel ('En waar kom jij vandaan?') wordt er, na een verbaasde stilte, verklaard dat men 'gewoon' uit Diemen komt, of Utrecht, of 'gewoon' uit Limburg.
Let u op? Voor 'normale' mensen is het noemen van een provincie afdoende, terwijl ik nog geacht word de namen van de vingers van de arts die me opving toen ik geboren werd te specificeren.

Wat is de kern van mijn bezwaar, gewaardeerde lezer? Welnu!
De vraag 'waar kom je vandaan' sluit ieder antwoord in de strekking van 'hier' al uit nog voor 'kom' de mond uit is. Op grond van mijn uiterlijk wentelt de aanname, nee, de zekerheid dat ik niet 'van hier' kan komen, mag komen, zich in haar warme bed. Op grond van mijn haar en huidskleur mag mij de vraag 'waar kom je vandaan' opnieuw en opnieuw gesteld worden, tot het gewenste antwoord is opgediept, ook als dat antwoord niet bestaat. Mensen willen horen over adoptie, één of twee migrante ouders (of op z'n minst niet-wit) hechtings- en aanpassingsproblemen en als het meezit een vaderloze en gewelddadige jeugd, die ik hen niet geven kan.
Dit laatste is niet helemaal eerlijk, lezer, dat weet ik. Maar letterlijke en politieke kleur gaan vaak hand in hand, dat weet u net zo goed als ik.

Een tijdje heb ik er over gelogen en totale onzinverhalen opgedist. Af en toe verzon ik mooie exotische herkomsten voor mijzelf. Vaker hoefde ik zaken alleen maar te beamen ('Inderdaad, ik kom uit Brazilie!' 'Ja, ik ben Marokkaans!' 'Ja hoor, ik kom van de Kaapverdische Eilanden, alle zestien...') Het viel me op dat mensen niet eens luisterden naar wat ik zei, zolang ze hun eigen vermoedens en verwachtingen maar bevestigd zagen. ('Oh ja? wat leuk! Ik ken ook iemand die in Tanger op vakantie is geweest!') Verder zijn er nog de echte stommelingen ('Nederlands is een heel moeilijke taal, maar jij hebt helemaal geen accent! Geweldig!''Maar je hebt zo'n normale achternaam, dat had ik echt niet verwacht!') en de bewonderaars ('Je kunt vast goed dansen, het zit in je bloed....!')
Ik zal niet liegen, lieve lezer: mijn uiterlijk opent meer deuren dan dat er voor dichtgaan. Tegelijkertijd pas ik voor exotenfetisjisten m/v die vanwege een idee dat zij ooit ergens hebben gevormd, mijn hele wezen in dat idee willen proppen en me er nog op aanspreken als het niet blijkt te kloppen.
En het ergste is nog; ik ben altijd de gebeten hond. Geef ik het gewenste antwoord, dan betekent dat dat ik er op dezelfde bekrompen manier die ik vragenstellers verwijt vanuit ga dat mensen een 'etnisch' antwoord van mij verwachten, ook als dat niet zo hoeft te zijn. Geef ik niet het gewenste antwoord, dan is dat een uiting van de hechtings- en identiteitscrisis die ik heb opgelopen tijdens het adoptieproces en 'werk ik niet lekker mee'.

Laatst nog kreeg ik de vraag van een manspersoon die, op mijn ietwat ontwijkende antwoorden, verdedigde dat hij 'het heus niet erg vond, maar het gewoon wilde weten'. U heeft genoeg stukken van mij gelezen om te weten dat deze formulering op meerdere vlakken uitgelegd kan worden. Ik laat dat nu maar achterwege: wel wil ik kwijt dat mijn tenen spontaan de andere kant op krulden na deze vraag. (Dat kwam later helemaal goed, hoor.) Maar ik mocht deze manspersoon en ben ook niet te beroerd om toe te geven dat een groot deel van dit complex zich in mijn hoofd afspeelt. Dat zei ik dan ook tegen hem.
Ik vind het niet fijn om over mijn etnische afkomst te moeten vertellen omdat het anderen de macht geeft om mij buiten te sluiten, en het verschil tussen henzelf en mijzelf te benadrukken. Ik kan het dan ook moeilijk geloven als er onder het mom van 'belangstelling en verder niets' naar mijn etniciteit gevraagd wordt. Het feit dat er wordt doorgevraagd als ik een eerste antwoord geef, bewijst dit. Want hoewel het verschil tussen mij en politiek witte anderen miniem is – het zit 'm alleen in mijn huidskleur – is het zichtbaar en onontkenbaar. Ik zeg niet dat de vragensteller liegt, ik denk dat hij of zij zich niet bewust is van het kleine deel, misschien twee of vijf procent, aan andere motieven dat de belangstelling vertroebelt. Gewenning, verwachting, sensatiezucht, exotenfetisjisme. Als het toch niet uitmaakt 'waar ik vandaan kom', waarom er dan überhaupt naar vragen?

Nog meer emotieve argumenten? Goed dan. Deel twee: het impliceert dat ik niet meer ben dan mijn uiterlijk. Deel drie: het geeft me het gevoel dat ik mijn bestaan moet verantwoorden. Deel vier: het voegt niets toe aan wie ik ben. Al grijpt dit eigenlijk terug op deel twee: ik ben bang om gereduceerd te worden tot het idee in iemands hoofd op grond van mijn uiterlijk, zonder dat ik er iets tegen kan doen, zelfs als het een positief idee is. Deel vijf: ik vind dat ik net zoals ieder 'normaal' persoon – en hiermee bedoel ik iedereen wiens etniciteit niet zichtbaar is in zijn uiterlijk of naam – het recht heb om mijn historie te laten beginnen bij mijzelf.

Wat hebben mijn voorouders, anders dan mijn directe ouders en wellicht mijn grootouders van beide kanten, te maken met de persoon die ben vandaag de dag? Vrij weinig. Eigenlijk niets. Bovendien heeft iedereen binnen vijf generaties wel een Indonesische, Marokkaanse, Franse, Surinaamse, Hongaarse, Molukse of Duitse voorouder. Ik vind het oneerlijk dat ik mijn stamboom aan vreemden uit moet tekenen, alleen maar omdat ik er niet-wit uitzie. En hieruit komt deel zes: ik vind mijn historie persoonlijk, net zo persoonlijk als mijn BH-maat, die ik ook niet bij de eerste ontmoeting aan iemand prijsgeef (en als het niet hoeft, helemaal nooit.) Waarom is het wel taboe om daarnaar te vragen nadat je me de hand hebt geschud, maar mag je me wel 'ter verantwoording roepen' over mijn niet-witte uiterlijk? Want zo voelt het, lieve lezer; iedere keer dat iemand vraagt 'waar kom je vandaan', voel ik me voor het blok gezet, veroordeeld, geobjectiveerd, buitenspel gezet. Uitgekleed.

Emoties, lieve lezer. Angst, woede, frustraties. Het feit dat ik deze vragen al meer dan twintig jaar krijg, draagt eraan bij. Maar wat wil ik van u?
Ik haast me te zeggen dat bovenstaand relaas persoonlijk is. Ik zou niet durven stellen dat dit voor iemand anders geldt anders dan voor mijzelf en dan nog heb ik er op sommige dagen meer last van dan op andere. Wat ik wel merk is dat de bal emoties – die ik op het moment van de vraag niet met goed fatsoen hard kan laten stuiteren om redenen die hierboven staan beschreven – steeds vuriger en groter wordt. En ik weet niet of dat iets goeds is. Ik denk eigenlijk van niet. Gelukkig kan ik erover schrijven.
Wat ik van u verlang? De volgende keer dat u iemand ontmoet waarvan u het naadje van de etnische kous wil weten, bijt u dan eens op uw lip. Met een beetje geluk is het een type Kajal en worden al uw exotismevragen als vanzelf beantwoord. Als u geen Kajal treft getuigt het van (nog meer) respect als u met het stellen van de vraag wacht tot u intiem genoeg bent om naar haar BH-maat te vragen, als haar afkomst u dan nog interesseert. In termen van intimiteit delen zij immers een voetstuk. Probeer het eens. Laat u verrassen. Stap buiten het hok. Voor zover dat mogelijk is...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten