Toen ik zaterdagnacht terugkwam van een avondje stappen trof ik mijn buurman aan voor de portiekdeur. Ik wist dat het mijn buurman was omdat ik een aantal weken geleden terugkwam van spinningles (zweterige verfomfaaide bedoeling, onflatteuze biefstukbroek, onverwachte ontmoeting) en hij toen de deur voor me openhield. Op de een of andere manier brengt hij me van mijn stuk, want ook toen stamelde ik een nerveuzig 'hoi' en liet mijn post, sleutels en sporttas beurtelings uit mijn handen vallen. Zonder hier gelijk een amoureus of label met bijbedoelingen aan te willen hangen – zoals gezegd, ik ken hem niet en onze ontmoetingen vonden in het donker plaats – kan ik wel zeggen dat het een imposant figuur is. Hij is lang, aantrekkelijk en rustig. Voor zover ik dat kan beoordelen.
Hoewel ik hem deze keer al bij de deur zag staan en me dus een beetje kon voorbereiden, was het deze keer niet anders. Eigenlijk is het niet de bedoeling dat je je fiets in het gemeenschappelijk portaal stalt maar ik had hem de volgende morgen weer nodig en als ik 'm daar zou stallen, zou dat zo'n tien minuten schelen. Aan zijn fiets te zien, was hij hetzelfde van plan.
Hij legde uit dat hij zijn voordeursleutel vergeten was. Ik vroeg hem, hoe hij dan zijn appartement binnen zou komen. Ik begreep eerst niet dat hij die sleutel wél bij zich had. In het ergste geval mocht hij wel een nachtje bij mij doorbrengen; hij kon moeilijk in het trappenhuis slapen! Maar zover kwam het gelukkig niet. 'Dus ik ben blij dat jij er bent! Anders had ik via het balkon naar binnen moeten klimmen; dat heb ik wel vaker gedaan!' Oh. Okee. We liepen samen naar binnen en hij wachtte geduldig tot ik mijn fiets gestald had. Mijn slot wilde niet, mijn oordopjes raakten verstrikt in mijn spaken, ik stootte mijzelf in het kruis met mijn bagagedrager en tot overmaat van ramp stroomde er plotseling snot over mijn bovenlip en ik had geen zakdoekje bij de hand. Ge.Nant. Ik probeerde het vocht zo discreet mogelijk weg te vegen en bleef in het donker, uit angst dat hij me zou zien. Ondertussen probeerde hij een gesprekje aan te knopen, dat schatje. 'Ben je uit geweest?' Ik bevestigde dat. Hij was wezen werken en nodigde me uit om een keer langs te komen. De naam van de kroeg waar hij werkte leek echter heel veel op de naam van een kledingketen en ik verwarde de twee met elkaar. Toen hij zei dat hij op vrijdag en zaterdag werkte vertelde ik hem dan ook dat ik op die tijdstippen óók moest werken – maar ik werk overdag en hij natuurlijk 's nachts. Anders stonden we hier überhaupt niet. Maar dat bedacht ik pas toen ik in mijn bedje lag.
'Woon jij boven mij?' vroeg hij. Ik moest even nadenken en toen zei ik: 'Ja, ik denk van wel.' Hij keek me een beetje vreemd aan. Ik denk dat hij doelde op de etage boven hem in plaats van het precieze appartement boven hem, wat ik in gedachten had. Ook dat bedacht ik pas toen ik in mijn bedje lag. 'Nou, ik zie je vast snel wel weer,' zei ik, toen we de twee trapjes naar zijn etage hadden afgelegd. 'We zijn ten slotte buren, toch?' 'Ja,' zei hij, 'Nou, slaap lekker..... Buurvrouw!'
Ik weet nog altijd niet hoe hij heet. Ik heb het niet gevraagd, want dan zou hij me ongetwijfeld een hand toesteken en dat wilde ik, begrijpelijk, vermijden. Ik weet niets van hem, behalve waar hij werkt. Tuurlijk kom ik een keer langs, hij lijkt me heel aardig. En ik zou graag een betere indruk bij hem achterlaten, in plaats van die van een stuntelende, beschonken onbeholpen bimbo. Ik was alleen maar moe en niet dronken, maar hij zal denken van wel. En ik neem het hem niet kwalijk, het was een gênante vertoning.
Ik ken niet zoveel mensen in mijn gebouw, en de mensen die ik wel ken, delen mijn levensovertuiging niet. Of beter gezegd, ik deel die van hen maar tot op zekere hoogte. Deze jongen leek me er een die wel in mijn straatje zou passen, amoureus of anderszins. Hij is lang en ik kon zien dat hij flink wat tijd in de sportschool doorbracht – daar houd ik wel van. Je bent single of je bent het niet. Maar ook als hij al lang en breed een schat van een meid naast zich heeft, is het investeren in burenvriendschap de moeite waard. Ik wil onze nachtelijke ontmoetingen onder geen beding verranzen. Hij leek me oprecht leuk.
Want de laatste tijd, lieve lezer, heb ik last van een rare blinde vlek als het om mannen gaat. Overal waar ik kijk zie ik mannen die heel leuk lijken. Maar als ze dichterbij komen, schrik ik me een hoedje. Die avond nog was het raak geweest in de eerste kroeg waar ik en mijn vriendinnetje neerstreken. Vanaf minuut een had ik de aandacht van een lange man met een ruitjeshemd en een grote bos donkere krullen. Hij bleef kijken. Toen mijn vriendinnetje even naar de WC ging, zag hij zijn kans schoon en sprak me aan. Ik heb het al vaker gezegd: moed verdient aandacht. Maar pas toen hij, op mijn uitnodiging, naast me kwam zitten, zag ik dat hij a) ouder was dan ik dacht en b) ik hoorde dat hij een spraakgebrek had en c) dat hij al een glas teveel ophad. Per ongeluk nam ik een slokje uit zijn glas. Hoe ik daarachter kwam? Hij had een rum-c. (De 'ola mag wegblijven, want zoveel cola zat er niet in.)
Het gesprekje dat we hadden was ook wel vreemd. Op mijn vraag wat hij deed, antwoordde hij; 'Dat wil je niet weten!' Op mijn vraag: 'wat houdt je bezig in het leven?' zei hij: 'veel...' Hij leek overdonderd. Of misschien was hij ook tot een aantal realisaties gekomen toen hij me van dichtbij zag. Maar ik ben wel zoveel hinde (ja, die houden we erin, Hooi) dat ik denk van niet. We vertrokken snel daarna naar een Havana en hij vatte dit vertrek op als een afwijzing. Dat mag, al probeer ik me altijd zo menselijk en beleefd mogelijk te gedragen. Maar hij keurde me geen blik meer waardig. Oh well.
In de kroeg waar we daarna kwamen waren alleen maar hele jonge mannen. (<20) Een van de weinigen die ons aansprak was blond en vrij spichtig. Hij bleek homoseksueel. Wat hij in het oor van mijn vriendinnetje fluisterde weet ik niet. Wij spraken over rolpatronen en hij dacht dat ik wel het type meisje was dat een man wilde die haar, in zijn eigen woorden, 'op het strand in het zand drukte en haar eens goed pakte.' 'Ik wil het ook wel doen, hoor,' zei hij, 'Dat lijkt me vet lachen! Ik weet dat je al sopt bij de gedachte aan mij in mijn onderbroek!' Ik zou hem moeten teleurstellen, maar in plaats daarvan verbeet ik mijn lachen en begon over iets anders. Ik heb het al eerder gezegd: dat je homo bent, wil niet zeggen dat je alles maar kunt zeggen of me, à la Gok Wan, overal mag betasten. En om eerlijk te zijn twijfelde ik aan zijn homoseksuele status na die opmerking. Het zou wel een goede truc zijn.
Ondanks het gebrek aan mannelijk schoon was het toch een leuke avond en toen ik bij mijn buurman aankwam was ik dan ook ontspannen en in een goed humeur. Eindelijk een man van mijn kaliber. Ha. Dus binnenkort breng ik even een bezoek aan zijn kledingzaak, pardon, kroeg. Ik neem aan dat het een bartender is, maar gezien zijn armen kan het ook best een uitsmijter zijn. Of hij kan geweldig goede mojito's schudden! Er is maar een manier om daar achter te komen....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten