dinsdag 18 oktober 2011

Ui(tje)

Zaterdagmiddag, vespertijd. Naast mij op het blauwe bankje zit een meisje dat een ijsje eet. Tegenover haar zit haar vriendinnetje, dat hetzelfde doet. Ik heb mijn muziek zo zacht staan dat ik ze kan horen. Wat ik zie: degelijke panties, Geox-ballerina's, knielange rokken, en een jongen die voorbij stormt. Aan de gepijnigde blik in zijn wanhopige ogen denk ik te merken dat hij een wc zoekt. Een paar weken tevoren had ik diezelfde blik in mijn ogen en de pijn straalde uit naar mijn blaas. Over een aantal minuten zal de gruwelijke waarheid ook hem ten deel vallen: deze trein heeft geen wc. Arme kerel.

De trein vertrekt richting Arnhem. Mijn kleine coupégezellen hebben gewinkeld met z'n tweeën. Ik schat ze een jaar of dertien, maar tegelijkertijd heeft vooral die ene iets tijdloos over zich. Ze zien eruit alsof ze gereformeerd zijn, maar niet ouderwets of overdreven preuts, zoals je dat weleens ziet bij gereformeerde vrouwen. Neen, dit zijn Esprit-gereformeerden uit het hogere segment. Of tenminste wannabe-Esprit. Maar toch bezitten ze die troosteloze tijdloosheid die eenenveertig niet van eenentwintig onderscheidt.
Ik stel me voor dat Sjoukje en Machteld, roepnaam Maggi, vanmorgen gezellig naar Utrecht zijn getogen om daar eens lekker stout de bloemetjes buiten te zetten. Moeders heeft ze op het hart gedrukt om goed op elkaar te passen en niet te praten met vreemden. De C&A werd bezocht, de V&D, en die sletterige winkel waar je met je moeder nooit ingaat: de H&M. En na een lange dag is de tijd nu rijp om terug te keren naar Veenendaal. Net op tijd voor het avondeten.

Ach, lieve lezer, het kost me weinig moeite Sjoukje en Machteld af te schilderen als twee kleine provinciaaltjes. Maar als de doorgewinterde stedeling die ik graag pretendeer te zijn meen ik de stichtelijkheid door de gier en hun hooggesloten shirtjes heen te ruiken. Sjoukje heeft een kleine onderbeet die haar in de loop der jaren nog onaantrekkelijker zal maken. Nu geeft het haar gezicht iets onnozels. Samen met haar rode brilletje met rond montuur (lang leve de kinderbril!) verleent het haar suffige autoriteit en een voorzichtige schattigheid. Al zal ze die niet nodig hebben als ze over vijf jaar trouwt met Gértjan, de zoon van de slager.
Nicht Machteld, roepnaam Maggi, lijkt me de oudste. Ze heeft een iets kleiner ijsje dan haar nicht en is sneller klaar. Uit haar nu al ietwat pafferig en deegkleurig gezicht met fijne, gesprongen adertjes spreekt een jeugd vol koude winters, fietstochten van Veenendaal naar het Lodenstein in Hoevelaken en doorgekookte stamppot met maagzuurjus en uitgelopen uien. Haar bleekblauwe ogen staan hard. In tegenstelling tot haar nicht, die er wat softer uitziet, wekt Machteld de indruk dat ze je zal neerhoeken als je haar Maggi noemt terwijl ze dat niet wil. Het woord stevig is hier nu eens wel op zijn plaats. Het is niet dat ze dik is, nee, nu nog niet. Maar uit haar hele voorkomen straalt een potigheid die je niet zou verwachten bij een meisje van die leeftijd – gesteld dat ze niet stiekem tóch eenentwintig is.

Nu Sjoukje ook klaar is met haar ijsje, richt ze zich op het informatiebord, dat aangeeft wanneer de trein Veenendaal zal bereiken. Eerlijk is eerlijk, de meisjes zijn heel bedeesd en rustig. Ik heb geen last van ze en dat is weleens anders. (Rails) Ergens vind ik het fijn om te zien dat ze geen mascara of lippgloss dragen en met elkaar praten, in plaats van met hun telefoons. Al zijn ze aan het kibbelen. Machteld heeft een telefoon, wellicht de telefoon, waarmee ze contact houdt met de persoon die hen van het station komt halen. Toen de trein vertrok was de verwachting dat hij Veenendaal-West om 18.30 zou bereiken. Dit is dan ook het tijdstip dat er is gecommuniceerd naar het thuisfront. Bij station Bunnik blijkt echter dat de trein drie hele minuten vertraagd is. Sjoukjes stress en bijbehorende paniek hierom worden door Machteld verstandig en snel afgewend met een sms. Bij station Driebergen is de voorspelling echter alweer veranderd. Er komt een conducteur langs. In de rozerode portemonnee van Sjoukje zie ik een kaartje steken met de tekst God's antwoord (nee, die apostrof verzin ik niet) en daaronder iets wat op een set aanwijzingen lijkt.
'Nu moet die trein niet nog sneller gaan rijden – ik heb net ge-smst dat we er om tien over half zullen zijn!' snibt Machteld. 'Nee hoor, je hebt naar het verkeerde station gekeken!' Boze bleekblauwe blik. Een zucht. 'Nee lieve schat, kijk dan! Jij kijkt naar Veenendaal, maar je moet naar Veenendaal-WEST kijken, sukkel, duhhus!' 'Oh ja....je hebt gelijk...' Einde dis. Sjoukje heeft een dikke huid, dat heb ik allang gezien. Alsof het de persoon die op ze staat te wachten uit zal maken of ze om half precies of om drie over half aankomen. Maar dat gaat het brein van een dertienjarige natuurlijk te boven. En afspraak is afspraak.
Vechtlustig steekt Sjoukje haar prominente onderkaak nog een stukje naar voren. Doe maar niet, kind. Je wordt er niet knapper van. 'Nou ja, dan moet ze maar even wachten, hoor!' Machteld reageert niet. Het gesprek neemt een andere wending en Sjoukje vraagt zich hardop af, waar het piepsignaal toe dient dat klinkt als de deuren van de trein zich sluiten. Wederom wordt ze hard gedist door Machteld: 'Ei, denk eens na!' Want, zo stelt Machteld, het piepsignaal is er om vogels van de treinkabels te verjagen.

Ik bijt op mijn lip. Sjoukje zou er beter aan doen het kaartje uit haar portemonnee nog eens te raadplegen in plaats van haar heil bij Machteld te zoeken. Dat zou haar een hoop onnodige bokken schelen. Als de trein wegrijdt zie ik hoe ze verder bakkeleien.
Me dunkt dat Maggi misschien maar met Gértjan moet trouwen, dan kan ze zich richten op het afblaffen van haar eigen talrijke kroost. Onderbeet-Sjoukje vindt wel iemand anders die haar centenbakje wil zoenen. Ze is dan wel vrij onaantrekkelijk, uiteindelijk verliezen een hoop mensen hun looks. Bovendien schijnt het bij gereformeerden (met een grote G) niet om het uiterlijk te gaan, maar om innerlijke waarden als vergevingsgezindheid, een sterk bekken, zuinigheid en naastenliefde. Als je na de wittebroodsweken slechts een zoutpilaar hebt om op terug te vallen, voel je je toch bekocht. Dan ben je met een lief-en-lelijk meisje met een huid als een ui toch beter af. Ook al heeft ze klapkuiten.
Ik hoop in ieder geval dat de trein op tijd aankomt in Veenendaal-West, zodat de balkenbrij nog warm is. En dat de vogels die op de treinkabels zitten Maggi een 'triple chocolate'-koekje van eigen deeg geven. Dat zou een goede combi vormen met de verdroogd-zure rozijn van haar innerlijk en haar deegachtige complexie. Halvegare.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten