dinsdag 5 juni 2012

Me(d)edogen(loos)

In de tijd tussen twee ontmoetingen in besluit ik om de krant te gaan lezen in de openbare bibliotheek. Toen ik nog op de middelbare school zat, kwam ik hier iedere dag om te studeren en wat ik toen bedacht was dat zwervers wel de meest geïnformeerde mensen moesten zijn, aangezien zij alle tijd van de wereld hebben om hun kennis te vergroten. De enige zwervers die bovendien mogen blijven zitten verschillen in reuk of aanzien vrijwel niet van de geestezwervers, de dakhebbenden die slechts geestelijk van het padje zijn geraakt.
Kenmerkend is de geur van kleine incontinentie en talg, een bescheiden drankneusje, lange nagels aan ongewassen handen, vaag spastische gebaren of een wat wezenloze blik waaruit arbeidsongeschikteheid en onverwerkt kinderleed straalt.

Na zes jaar hier gewoond te hebben, ken ik nu mijn pappenheimers. Zo is er de albino, die een appartement bezit en af en toe bij de Albert Heijn werkt, en het huilvrouwtje, dat de hele dag de ogen uit haar hoofd huilt. Als je haar nooit eerder hebt gezien, werkt het. Ze jammert en haar wangen en ogen zijn rood, haar huid schraal van het huilen. Ook is er de toeriste, een zwerfster die er uit ziet alsof ze de weg wil vragen en je vervolgens verzoekt om een paar euro. De wolfman, die zijn door neurologische schade aangetaste lijf van hot naar her sleept. En 'Ruurd', een man die de paar tanden die hij nog heeft bloot lacht in een poging zoveel mogelijk kranten kwijt te raken.

Eerlijk is eerlijk, ook daklozen hebben ooit gedroomd van een huis, een baan, een carrière, een relatie, een eigen bed. Dakloos worden kan iedereen overkomen en als je eenmaal in de neerwaartse spiraal zit, is het niet makkelijk om de weg terug te vinden. Je wordt ook nooit van de een op de andere dag dakloos; het is vaak een resultaat van een hele rits aan lichamelijke, geestelijke of financiële problemen. Toch word ik soms geflest en dat voelt oneerlijk. Zo ving ik ooit een gesprek op tussen twee straatkrantverkopers bij mijn Albert Heijn:

'Hee, zit het er weer op voor vandaag?' 'Ja, ik ga naar huis...'


Oh, zit dat zo... Ook was ik geschokt toen ik hoorde dat de blinde bedelaar met zijn schrille blokfluit en roodwitte stok – compleet met hond – helemaal niet blind was; er schijnt helemaal niets mis te zijn met zijn gezichtsvermogen. Maar het is Popeye die de kroon spant. De man, wiens schedel er uit ziet als een dorre savanne, zat tot recent als een soort Scrooge saffies te roken in een rolstoel. Met stompen van dik verband op de plek van zijn voeten klauwde hij zich vloekend en tierend een weg door de stad. Enkele weken laten 'betrapte' ik hem toen hij aan het winkelen was in de Bijenkorf, (!!) lopend, zijn voeten perfect in orde. Ik gun hem alle progressie, maar toch...

Wordt er in misbruik een beroep gedaan op mijn Samaritanengevoel, wordt er schaamteloos ingespeeld op mijn medelijden? Dat Popeye de ene week in een rolstoel zit en de volgende week niet meer, wil niet zeggen dat hij geen geld of hulp nodig heeft. Ik denk dat de blinde blokfluitspeler evenmin voor zijn lol schrille wijsjes door zijn fluit heen perst. Aan de andere kant ben ik al zo murv voor zwervers dat voeten in verband of een maanoog me weinig meer doen en gaat die anderhalve euro waarmee ik mijn goede daad weer heb volbracht – u weet dat ik dol ben op het afkopen van mijn gemoedsrust! – die mensen er echt niet bovenop helpen. Wat het bovendien is; ondanks dat ik weet dat je leven op orde krijgen tijd kost, zie ik Ruurd, de Wolfman en de Albino al zes jaar bedelen. Ik kan zien wanneer ze hun maandelijkse knip- en scheerbeurt hebben gehad, wanneer ze nieuwe kleren hebben gekregen, wanneer er weer wat eten in hun pens zit. En als ik Popeye tegenkom bij afdeling met zijden lakens, moet de volgende truc die hij uithaalt om geld los te kloppen wel zó goed zijn dat hij er zijn brood mee zou kunnen verdienen. Wellicht een carrièrepad...

En de moraal van het verhaal? Als je de zwervereconomie echt wilt opkrikken, moet je je fiets laten jatten en hem vervolgens terugkopen.
Oneerlijk, readertje lief, cru, unfair? Het leven is een pijpkaneel, maar waar sommige mensen erop sabbelen, worden anderen er mee op hun hoofd geslagen. Achterdocht is net zo'n groot goed als mededogen. Verrassend genoeg zijn het namelijk zelden de sabbelaars die slaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten