woensdag 13 juni 2012

Tang (2)

Langzaamaan werd het weer tijd voor mijn halfjaarlijks bezoek aan dokter Jos. Omdat ik de komende tijd niet in de gelegenheid zou zijn overdag een afspraak met hem te plannen, besloot ik snel een afspraak te maken in de tijd die me nog restte.

Dat kon. Op een regenachtige morgen lag ik rond tienen in de stoel, opende mijn mond en bad. Omdat ik mijn afspraak redelijk onverwacht had vervroegd, had ik namelijk niet zo trouw gestookt als ik de zes weken in aanloop tot een afspraak gewoon ben. (Hypocriet? Kinderlijk? Houd toch op... u bent geen haar beter....) Ik ben een fervent poetser zoals u weet, maar zolang ik geen pijn ervaar, vergeet ik vaak te stoken. Flossen is lastig, omdat ik als gevolg van mijn beugel een spalkje achter mijn tanden heb.

Het afgelopen half jaar heb ik veel gesnoept – pure nervositeit! – en hoewel ik nooit naar bed ga zonder mijn tanden te poetsen, dacht ik toch een gaatje te voelen in mijn linker bovenkaak. Dat kon hij dan gelijk even in orde maken. Omdat ik slecht gestookt had, zou ik ook wel ontstoken tandvlees hebben. Ook heb ik de afgelopen zes maanden een nieuwe liefde gevonden: groene thee. Als ik zie wat dat achterlaat op mijn witte mokken ben ik verbaasd dat mijn tanden er niet uit zien als het gebit van een pre-industriële Brit. (Of een post-industriële Brit, for that matter.) Al met al beloofde het een enerverend bezoek te worden.

De groene ogen van dokter Jos kijken me doordringend aan. 'Heb je ergens last van, doet het ergens zeer?' Ik 'beken' mijn vermoedens over ontstoken tandvlees en het gaatje in mijn bovenkaak. Met een miniatuurversie van de haak die men gebruikt om kleren uit water te vissen pookt hij zachtjes in mijn kiezen. 'Ja, mmmhhh, mmmh, jaja...'
Ik probeer rustig te blijven en niet terug te deinzen als hij met het puntje van de haak mijn tandvlees controleert. Hij typt iets in mijn dossier en het duurt behoorlijk lang. Ik adem door. Ik ben een volwassene, hij heeft nog niets gezegd, geen reden tot stress. Ik ben op tijd, ruim op tijd zelfs, en ik betaal dokter Jos grif voor zijn goede diensten. Hij heeft er bovendien niets aan als ik erin blijf terwijl ik in zijn stoel lig. Get a grip, Deirdre, stel je niet áán...

'Wist je dat je spalk weg was?' vraagt dokter Jos me. Huh, spalk? Ik voel nog eens met mijn tong en verrek, hij is inderdaad verdwenen. 'Nee, dat wist ik niet!' Het verbaast me, want het ding is zo'n vijf centimeter lang met scherpe punten aan twee kanten en ik heb hem niet uitgespuugd. Geweldig. Misschien moet ik na dokter Jos ook even langs de gastro-enteroloog.

Dokter Jos verwijst me door naar de orthodontist in hetzelfde pand, dokter Juul. Nog diezelfde middag kan ik bij haar terecht voor een consult. Een nieuwe spalk maken gaat twee weken in beslag nemen – die afspraken moet ik dan maar 's avonds plannen. Het alternatief is géén spalk, maar dan is de kans groot dat mijn tanden die met veel geduld, pijn en geld in een gareel – er wás geen 'het' – zijn geperst weer terug glijden in hun oorspronkelijke positie. Ik dacht het niet.

Over mijn tandvlees zegt hij niets, en ook kan hij geen gaatje ontdekken. 'Als je er last van blijft houden, gaan we het onderzoeken, maar ik zie er geen,' zegt hij. Ik ben nog opgelucht ook. We gaan elkaar een tijd niet zien, dus ik schud zijn hand en bedank hem. Ik ben vergeten te vragen of ik mijn tanden kan laten bleken en hoeveel dat kost. Maar dat kan over een half jaar en vierhonderdtweeëndertig liter thee ook nog wel – dan is het des te effectiever. Ik heb in ieder geval niet aan zijn hand gelikt deze keer, dat is tenminste iets.

Als ik in dokter Juuls wachtkamer zit, naast een jongen van twaalf met gebarsten lippen van het beugelen, voel ik me oud. Ze draaien beugels niet meer aan tegenwoordig, maar boy, those were the days... Blij dat ik daar vanaf ben. Nu fluks voorbereidingen treffen voor de spalk en dan ben ik hier klaar. De tang hebben we vandaag niet nodig – die mag in het vuur.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten