Het is lunchuur voor heel de stad en dus spitsuur voor de bakker. Gister, eergisteren en de weken hiervoor was dat ook zo, maar de bakker zet geen extra mensen in op deze tijd. Neen, hij gunt zijn klanten brood met extra zout. Zo komt het, dat de man naast mij tijd vindt om me aan te spreken. Zijn kinderen, een meisje van ongeveer vijf en haar broertje van net twee spelen in de etalage met een paar reusachtige Hello Kitty-poppen.
Het meisje klampt zich aan haar vader vast. De man is net zo lang als ik – klein, voor een man – maar ik zie aan haar dat zij in hem haar Grote Behoeder ziet. 'Mag ik wat drinken!' roept ze naar hem. 'Drinken, pappa, drihinken?' 'Straks, zometeen, Ottolinde,' sust hij, 'eerst de broodjes kopen, en dán krijg jij wat te drinken. Ga daar eerst maar eens zitten. Maar wél met je armen over elkaar.' Ottolinde slaat prompt haar armen over elkaar alsof het geen 26ºC maar iglotempie is en geeft geen kik. Het moet gezegd worden, deze man heeft het goed begrepen en zijn kids ook.
'Dat heb ik ze geleerd toen we in de Julianatoren waren,' begint de man tegen me. Ik heb eerst niet door dat hij het tegen mij heeft, ik ben slechts Een Vrouw In de Rij Bij De Bakker en verwacht dit niet van vaders wiens kinderen gewoon gehoorzaam zijn, wat niets uitzonderlijks hoort te zijn bij kinderen. Ik heb honger en haast. Ik geef de man een glimlach voor zijn inspanningen.
'Jaja, we waren in de Julianatoren en toen wilden we even weer het overzicht, en toen zei ik: 'en nu allemaal met de armen over elkaar!' En dat déden ze toen ook!' Enig zeg! De hemel zij geloofd en geprezen...! 'Maar ik was natuurlijk niet echt boos. Maar daarna zei ik: en nu gaan we een filmpje kijken! En sindsdien hebben ze er hele andere associaties bij, dat was eigenlijk de bedoeling niet...'
'Welopgevoede kinderen zijn een zegen voor de mensheid en hun ouders,' bevestig ik, en richt mijn blik strak op de knabbelstengels. Dat helpt. Eventjes.
'Ze slapen ook met z'n allen op één kamer,' Jaja, wel de lusten, niet de ruimte. Typisch. 'Ze vinden het heel gezellig zo, en straks als nummer drie en vier er zijn, is dat nog gezelliger,´ gaat de man door. Ik kijk om en daar zie ik mevrouw Vier Kinderen. Ze draagt dezelfde afritsbroek als haar man, dezelfde schoenen en hetzelfde haar op haar benen. In all fairness, we kunnen er na vier kinderen niet allemaal uitzien als Heidi Klum, maar halverwege van Heidi naar Zanussi is weer een ander uiterste.
De man smeert zijn kinderen in mijn gezicht alsof het hompjes pindakaas zijn. Ik houd best van pindakaas, maar niet nu. Waren zijn kinderen hompjes filet américain geweest, dan had het wellicht heel anders gelegen. Maar dat zijn ze niet.
'Mijn vrouw komt uit een gezin van twee maar met haar broer heeft ze geen contact meer. Daarom hebben wij vier kinderen straks.' Heel, heel even krijg ik een visioen van Victoriaanse afritsbroekenseks, vierkant, harig en bleekroze. Mocht er eentje in de plomp vallen dan blijven er nog drie over. Hartstikke logisch. Ik betwijfel echter of deze hitsige romanticus aan het welzijn van zijn echtgenote heeft gedacht.
Ottolinde trekt haar vaders aandacht nog eens. Hij legt haar met veel bombarie uit waarom ze geen drinken mag en ik zie de ogen van het kind glazeren. 'Da's wat teveel voor een kind van vier,' probeer ik voorzichtig. 'Oh, maar dat snapt ze wel. Mijn zoon snapt ook dat hij moet gaan zitten als ik zeg zitten! en hij kan nog niet eens praten!'
Ik houd mijn mond. Manny knows best, 'tis zijn kind. Ik wil alleen m'n pompoenenbroodje.
De bakkersjongen heeft eindelijk tijd voor me en ik schuifel vlug de winkel uit. Manny groet mij niet eens, waarschijnlijk beledigd door mijn opmerking. Maar op die woordbagger, luide loftrompet en borstklopperij zit ik niet te wachten – óók niet in de afritsbare variant. Als het om smeren gaat, veins ik pinda-allergie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten