Hoe onfortuinlijk mijn pad in de liefde soms geweest is, na verloop van tijd – vaak flink, flink wat tijd – koester ik zelfs de slechte herinneringen. Tenslotte ben ik nog relatief jong en al voelde ik mij vaak gegriefd en beschaamd door menig lapzwans, er zaten ook genoeg mannen bij die mijn vertrouwen in de liefde herstelden en ik die derhalve nog altijd een warm hart toedraag. Soms voelt het alsof ik de halve wereld al heb gesproken: ik heb al zoveel dates gehad en zoveel mannen en types gezien dat bijna niets me meer zou moeten verbazen.
(En wonder boven wonder komt er dan altijd een man voorbij die de arrogantie, zelfingenomenheid en/of het gestoord-zijn van de vorige nog overtreft. De uitdrukking 'lef van het verkeerde soort' bezig ik niet voor niets met de gretigheid van een priester op een kinderdagverblijf.)
Toch ben ik dol op de liefde. Het verliefd-zijn, het aftasten en afwachten is afschuwelijk en zalig tegelijk – de teleurstelling en de intense blijdschap brengen mijn toch al fragiele liefdesgemoed danig uit haar precaire evenwicht. Ik zie mijzelf graag als een rustig, gebalanceerd persoon, maar waar het de liefde betreft, is er geen peil op te trekken. Ik wil graag iemand om mijn affectie aan te schenken en hoewel ik steeds minder risico durf te lopen, is dat wel een groot deel van wat liefde en verliefd-worden behelst.
Ik ben weleens verliefd geweest op mijn buurjongen. Ik ben weleens gevallen voor een gebonden man. Ik heb weleens met een man gedate omdat ik dichter in de buurt van zijn broer wilde komen. Ik ben weleens tegen beter weten in te lang bij iemand gebleven die me niet wilde en heb mijzelf dat erg lang kwalijk genomen. Ik heb weleens gefantaseerd over een petit sleaze in de werkkamer van mijn professor filosofie (mijn zwak voor intellect uit zich graag lichamelijk). Ik heb mij in het daten weleens laten leiden door het onze-kinderen-zouden-lelijk-worden-dus-nee- motief.
Ik heb de meest afschuwelijke, absurde en walgelijke dates achter de rug, maar ook de meest fantastische, origineelste, hoffelijkste, mannelijkste, veelbelovendste. Ik heb met mannen gesproken die niet het minste greintje respect voor me hadden; en met mannen die de grond aanbaden waarover ik liep.
Soms voel ik me een oude vrouw. Het voortdurende opladen en verwachten maakt me weleens moe. Een aanhoudend je weet maar nohooit of zou het eens verstoort mijn peace of mind. Als ik met een man date die ik leuk vind, kan ik best doen alsof het me niet uitmaakt of het slaagt. Eventjes dan. Want ik ben gewend dat dingen slagen en ik ben gewend invloed uit te oefenen op dingen waarvan ik wil dat ze slagen. Maar de manier waarop dat voor veel andere dingen in het leven geldt, is hier niet toepasbaar. Daar kan ik niet zo goed mee omgaan; toch is het zo. En ik kan, tegen beter weten in, niet zonder de verwachting.
Op mijn favoriete roddelsite Dailymail vond ik iemand bij wie ik, in dat opzicht, inspiratie op kan doen: Elizabeth Taylor.
Het is niet zozeer dat zij een veeldater is – anders dan bijvoorbeeld Cher – wel heeft ze flink wat huwelijken achter de rug. Ik zou niet met een flesliefhebber in zee gaan en heb haar vermogen noch haar dubbele rij wimpers. Maar ze kiest haar echtgenoten zorgvuldig en is consistent in haar keus, dat bevalt me wel.
(Zou ik mijzelf schaamteloos met Ms Taylor vergelijken? Als het kan, waarom niet...)
De grootste gemene deler hier is tomeloze datingenergie. Elizabeth is zelfs twee keer getrouwd geweest met dezelfde man, voor wie ze altijd een zwak heeft gehouden. Bord voor den kop, wanhoop, amoureuze blindheid? Welnee... heilig en rotsvast geloof in de liefde!
(Gelooft u mij niet? Lees dit dan eerst.)
Dus doe mij die Cleopatrascenes, kohlogen en pruillippen maar. Dat is wat werkt! Wie sijn hart niet in de waegescaal stelt, blijft van liefde thans verstooken...!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten