woensdag 8 augustus 2012

Ver(dw)(b)aasd

Toen mijn rij-instructeur mij onomwonden vertelde dat ik niet kon rijden ('Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat je talenten ergens anders liggen, hier liggen ze in ieder geval niet!') schoot ik niet uit mijn slof maar in de lach. Hoewel de grens tussen eerlijk en onnodig lomp dun is, kon ik het van hem wel waarderen.

Na de rijles moest ik shampoo kopen. Toen ik de kapsalon binnenstapte zei het meisje achter de kassa: 'Ben jij de afspraak van elf uur? Je wenkbrauwen hè, ik zie het! Kom maar gauw, want meis, ik zegt het je eerlijk, dit kan zo niet langer.' Ik was niet de afspraak van elf uur, maar werd het wel. Een paar minuten later schrok ik van de spiegel; er keek een slechte travestiet verbaasd naar me terug. Ik zal er niet om liegen; de tranen schoten me in de ogen.
Ik weet wel dat het terug groeit, dat sowieso. Maar het vooruitzicht weken met een groezelbrauw over straat te moeten terwijl ik er normaal altijd verzorgd bijloop, is geen beloning. Ik kon het mijn epileuse niet kwalijk nemen: het was haar werk. Tegelijkertijd vind ik het niet van professionaliteit getuigen dat ze geen rekening hield met de wenkbrauwen die er záten: dat is alsof ze een klant met ongeverfd haar op billengte met het verzoek tot bijpunten een asymmetrische, felroze boblijn knipt. Not cool. Ik mag dan misschien rupsen hebben gehad, het waren mijn rupsen. Dit was verre van heroine chic, het was vooral heroïne. Als ik op een Poolse straatwerker had willen lijken, had ik zeker niet verzuimd haar daarover in te lichten...

Plichtsgetrouw ging ik die avond mee naar een kroeg die ik normaliter mijd. Ik heb het graag over voor het vriendinnetje waar ik mee ging, maar de muziek, mannen, stank en het algehele middelbare-schoolfeestaura staan me vreselijk tegen. Een baco komt nog het dichtst in de buurt bij een cocktail en de glazen zijn van plastic, ondoorzichtig en bekrast door veelgebruik en desinfectant tegen koortsliplijders - dat is mijn hoop althans. In één woord: neen.
Een geluk bij een ongeluk was dat ik me dankzij die lage verwachtingen ook weinig zorgen maakte over mijn wenkbrauwen. Ik probeerde er toch wat van te maken op de dansvloer – als je met z'n tweeën uit bent, is dat wel zo leuk – en zuchtte onhoorbaar van opluchting toen er een hyperactieve blonde jongen met me kwam dansen. Zijn energie was aanstekelijk en het gaf zelfs niet dat onze voorhoofden op dezelfde hoogte zaten. Ik wist zeker dat als ik hem bij dag- of erger, TL-licht zou zien, ik gillend weg zou rennen. Maar het tegenovergestelde behoorde, dankzij mijn wenkbrauwen, ineens ook tot de mogelijkheden. Bovendien had mijn vriendinnetje het alweer druk en ik wilde haar niet storen. Dus ik danste. De jongen riep bij iedere nieuwe intro: 'Dit! is JOUW nummer, ik voel het! NU ga je shinen, ik VOEL het!!' gevolgd door wat ongecoördineerde aapachtige passen. Na een korte pauze trok hij me tegen zijn verhitte lijf en kuste me, en alweer zuchtte ik van opluchting. Misschien werd het toch nog leuk. Hij zette echter geen verdere stappen, wat ook prima was. Wel bleef hij dingen roepen over my time to shine en meer van die ongein.
Eerst vond ik het schattig, toen had ik door dat hij geen grapje maakte, en na het zeventiende liedje wilde ik hem alleen nog maar mijn rug toekeren.

De enige shiner die je gaat krijgen is die op je linkeroog.

Waarom ik toch bleef staan? Verveling, berusting, verveling, en het gebrek aan energie of lust om bij iemand anders voet aan de grond te krijgen. Ik wilde vooral naar huis, maar gunde mijn vriendinnetje ook een leuke avond. Het lag aan de kroeg, niet aan haar. De jongen werd steeds apiger en ik geeuwde onopvallend. Plotseling stond hij stil, schudde me door elkaar en zei: 'DANS eens! Ik weet niet hoor, ik voel het niet, je komt niet echt los! Wat héb jij?!' Het stereotype dat hij er aan toevoegde zal ik hier omwille van de verveling niet herhalen. U kunt zich in ieder geval vast voorstellen dat ik me niet geroepen voelde nu ineens wel dingen te doen die onder zijn definitie van 'lekker los gaan' vielen. Toegegeven, ik ben geen Michael Jackson en absoluut stijver dan datzelfde stereotype doet vermoeden, maar hij had geen twintig liedjes met me door hoeven brengen. Bovendien was ik omringd door muziek, mensen, drank en een locatie die geen van allen mijn voorkeur hadden (op ééntje na dan). Dat ik het überhaupt zo lang had volgehouden was al een wonder. Nee, ik had het niet naar mijn zin, dat had hij heel goed gezien.

Blijkbaar was ik ten prooi gevallen aan het Weekend van de Openhartigheid. Maar meisjes van stand respecteren de grens tussen openhartig en lomp, dus ik slikte in wat ik hem allemaal toe had kunnen voegen (moet jij zeggen, spastische dwerg!!) en gaf hem een beminnelijke glimlach. De avond was echter wel ten einde toen hij voorstelde dat ik at ramdom mensen in hun billen zou knijpen, te beginnen met mijn vriendinnetje. Na de loze belofte dat hij me zou facebooken (dat is het nieuwe we bellen nog, waar ik evenmin op zat te wachten) kon ik naar huis.

Was het dan helemaal geen goed weekend? Jawel hoor, en er is niets onherstelbaars gebeurd. Het gaat alleen lang duren voor alles weer bij het oude is, als dat ooit nog voor elkaar komt. Ik heb in ieder geval genoeg om me in de tussentijd over te verbazen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten