woensdag 15 augustus 2012

Fristi

De stationskranten worden niet uitgegeven vandaag, daarom valt hij me op. Drie weken geleden, tijdens de Stormende Maandag, zag ik hem voor het eerst. Dankzij de storm met complementerende treinuitval waren wij tot elkaar veroordeeld. Dat wil zeggen: wij, een kleuter met een broodkorst en een omaatje met crèmekleurige 'mary-janes', vochtverstelbaar – u weet welk soort ik bedoel. Zij was niet het omaatje van de kleuter, maar dat terzijde.

Ik dacht dat mijn doorweekte jas me parten speelde toen ik hem huiverend bekeek, maar niets is minder waar. De man is ganz mijn goesting; lang, donkerharig, wélgekleed met mooie schoenen. Hij heeft een kapsel dat zo kenmerkend is voor mannen die geboren zijn in de jaren tachtig, halflang met een midden-of zijscheiding die de twee delen van zijn haar zogenaamd in bedwang houdt. (dát, en een toefje glanstaft...)
Een tikje 2005, maar aangezien ik zelf een kind van de jaren tachtig ben, voldoet dat wel aan mijn smaak. Daarbij lenen zijn dikke, rustige, chocoladebruine golven zich uitstekend voor dit dandykapsel. Ik vind het zelfs niet erg dat hij het af en toe achter zijn oren strijkt – dat fatterige gebaar past wel bij zijn suède schoenen. Rrrrrrrrrr. Báh. Rrrrrrrrr.

Mijn fat is toch niet zo fatterig, dat zie ik aan het pak drinkyoghurt dat uit zijn tas komt. Meneer heeft blijkbaar niet of niet genoeg ontbeten. Hhm, een man met een zwak voor yoghurtcultuur en aandacht voor den darm. Heet.
Het is vast framboos, of banaan. Ik vind banaan verschrikkelijk, maar als je als dertig-minner dan toch in het openbaar drinkyoghurt moet nuttigen, maakt een pak gifroze Fristi met dito smaak niet zo'n heel goede indruk. Al zou mijn fat zelfs dat hypen – sommige mannen kunnen dat. Suède, een permanent in twijfel opgetrokken wenkbrauw en een goed luchtje rekken de grenzen van het mannelijke op.

Hij draagt geen pak, maar godzijdank ook geen corduroy jasje op zijn spijkerbroek. Tot zover 2005. Hij draagt een polo, wat ik het equivalent van de spekzool voor vrouwen vind. Op het moment dat je een vrouw daarop ziet lopen weet je dat ze comfort boven stijl heeft laten gaan en hoe nuttig dat ook kan zijn, fraai is het nooit. Maar soms heb je geen keus. (Om over mannen op spekzolen nog maar te zwijgen. Voorgoed.)
Ik had het hem grif vergeven als hij een button front shirt op zijn jeans had gedragen. Dat is natuurlijk ook heel erg 2005 maar een polo op jeans is niet veel beter. Hell, hij moest eens weten wat ik hem zoal zou kunnen vergeven, als hij het maar eerst zou doen.....

Ik kijk even de andere kant op en het pak is weg. Hij zal het toch niet achterover hebben geslagen? Ik speur naar melksnor, maar die heeft de fat natuurlijk niet. Hij zucht klagelijk en strijkt de chocola nog maar eens achter zijn oor met beide handen tegelijk. Heb ik mij niet al eerder in zo'n zelfde situatie bevonden, lieve lezer? Jazeker. Het verschil met de vorige keer is dat ik mij als yup niet met goed fatsoen kan aanbieden. Bovendien moet de jongen er bij hetzelfde station uit als ik: er zijn nog zoveel kansen als er reisdagen komen. Ik hoef niets te overhaasten en hij mag van geluk spreken als ik in de loop van volgende maand instap bij dezelfde deur. Men zegt dat je chocola met mate moet consumeren. En dan heb ik mijn afkeer van drinkyoghurt – banaan of anderszins – nog niet meegewogen.

Het signaal klinkt. Ik loop naar de deur en neem de gelegenheid te baat om dicht bij de fat te gaan staan, terwijl ik me koester in een wolk van Armani's Acqua di Gio. Een guitig kijkende koe met een rietje uit zijn mond kijkt me aan vanuit de tas. De deuren openen zich en onze wegen scheiden. Hij schrijdt weg op zijn suède en ook ik zet mijn pumpenkels aan het werk. Woef, woef. Dag, fatje. Morgen chocomel?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten