'Als wij de liefde gaan bedrijven ben ik de baas,' zegt de jongen in de rode polo tegen me.
Klare taal. Ik weet niet meer precies hoe ik hier gekomen ben, maar het begon met een krant.
Ik ben op weg naar de supermarkt doen als hij me staande houdt en ik zonder mijn bril af te doen door wil lopen. 'Oh, dus je kunt me wel horen?!' Mijn muziek staat nooit zo hard dat ik anderen niet kan horen praten. En dit is nieuw.
Ik weet heel goed dat de slechtste vraag die je een passant kan stellen 'Mag ik je wat vragen?' is, want ook al haal je geld op voor blinde mijnwezen met aids én lepra, er is geen enkele stedeling die op die vraag nog reageert. Dus proberen wervers van nu het met andere dingen: ze stellen quasi-grappige vragen ('wat ga je eten vanavond?') en vragen om je ja-flow op gang te brengen ('houd jij van kinderen? En van dieren? Vind je pesten naar?') zodat je logica- en gewoontegetrouw ook 'ja' zegt als ze je vragen of je ze wilt steunen. Of deze: ze steken je een hand toe en stellen zich voor, terwijl ze ook om jouw naam vragen. Héél gevaarlijk en het werkt op meerdere fronten, want naast de ingang die ze dat verschaft, wijs je iemand die je 'kent' minder snel af. Maar hee, hoe komen de kindjes anders uit de vicieuze cirkel van kindslavernij?
Deze jongen helpt geen kindjes. Hij wil me een NRC-abonnment aansmeren. En hoe fijn ik die krant ook vind, ik heb geen tijd voor een abonnement. Juist de vrijblijvendheid van een weekendeditie vind ik prettig – dat maakt afwisselen ook makkelijker. Toch heeft hij me te pakken, want op zijn vraag waar ik naar luister, geef ik gedwee antwoord. I'm losing my game, in vroeger tijden had de blik in mijn ogen hem zelfs door mijn zonnebril heen tegengehouden om me aan te spreken. Maar ik ben soft geworden. En hij heeft wel iets.
'Pearl Jam? Ik ben nog nooit een meisje tegengekomen dat van Pearl Jam hield,' zegt hij. Ik wijs hem er op dat mijn bril dient om botoxlittekens te verbergen. Hij is geen partij voor me.
'Gaan we wat drinken, bij jou thuis?' Ik schiet in de lach, niet eens vanwege het voorstel maar vooral vanwege de stapels kleren, mijn onopgemaakte bed, kruimels op de vloer en paperassen die aan het begin van het weekend wachten op verwerking. Dit soort dingen moet je me op zondagmiddag vragen als ik mijn lakens gestreken heb, niet als ik in the process ben vlak na een drukke week. Ik ben netjes op het neurotische af, maar zelfs ik heb mijn rommelige uren. En dit soort thee – bij alle andere oriëntalistische, seksistische onrechtvaardigheid uit dit voorstel heb ik me al lang geleden zuchtend neergelegd – drink ik liever bij andere mensen in plaats van in mijn eigen huis. Het is bovendien zijn idee.
'Oh, je vind me dus niet leuk genoeg?' pruilt hij gemaakt. Ik zeg hem dat als hij me beter wil leren kennen hij me kan bellen en we thee kunnen gaan drinken in de stad. Na mijn faaldate van een kleine maand geleden is dit lomp met een andere L, maar ik ervaar het als minder kwetsend, zelfs als grappig. (En dat is, als ik er over nadenk, best zorgelijk.)
'Liefje, maar liefje!' roept hij breed grijnzend, terwijl hij zijn handen soepel om mijn middel vleit, zijn neus in mijn haar steekt en me onbetamelijk dicht tegen zich aantrekt. 'Hoe gaan we ooit aan onze drie prachtkinderen beginnen als je niet met me mee naar huis wilt?!'
God, ik moet toch eens leren hier minder gevoelig voor te worden. Hij gaat veel te ver en ik laat het nog toe ook. Schaamteloos speelt hij de ik-wil-een-baby-en-grijp-je-middel-troefkaart uit. Goede zet, maar dat mag hij natuurlijk niet weten. 'Je mag de moeder van je toekomstige kinderen wel met wat meer respect behandelen,' kaats ik terug. 'Op deze manier is het enige huis waar ik heen ga dat voor ongehuwde moeders! Dus kom eerst maar met een ring op de proppen, dan praten we daarna verder.'
Hoe het afliep? Voor een kopje Darjeeling ben ik altijd wel te porren. Voor andere soorten thee heb ik toch echt wat meer bedenktijd nodig. En die gratis weekend-NRC steek ik hoe dan ook in mijn tas. Ha.
Pak de ketel. The heat is on.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten