Om mijn knieën wat meer bewegingsvrijheid te geven tijdens het fietsen, heb ik mijn kokerrok vlak vóór ik mij op het zadel neervleidde tot ver bovenaan mijn dijen opgeschort. Ik heb een dikke panty aan en het is tóch donker, bovendien wil ik vaart kunnen maken en dat gaat niet als je knieën nog geen dertig centimeter uit elkaar kunnen. Toch schrik ik een beetje als er een jongen naast me komt fietsen. Ik herken hem: het is de jongen die zojuist vóór mij in de supermarktrij stond. Hij heeft, zoals ze bij Opsporing Verzocht zo pc zeggen, 'een Noord-Afrikaans uiterlijk'.
'Mevrouw... sorry, ik had geen Bonuskaart...' verontschuldigt hij zich. Dat hij geen kaart heeft, neem ik hem geenszins kwalijk, dus zijn actie verbaast me. 'Dat geeft niet hoor,' knik ik vriendelijk, en vervolg mijn weg. Hij blijft naast me fietsen. 'Ik dacht, misschien wilt u iets van mij?' Ik weet niet waar dit heen gaat, maar mijn sarcasme neemt de overhand. 'Ja, ik wilde je Bonuskaart. Verder niets.' Hij is even stil. 'Maar u kwam zo dichtbij... ik dacht, misschien wilt u iets van mij...ik vraag het voor de zekerheid gewoon, weet u.... '
Nu kijk ik opzij. Het is donker, dus hij ziet mijn opgetrokken wenkbrauwen niet. 'Ik kwam dichterbij omdat je vóór me in de rij stond, jongen. Zo gaan die dingen....' 'Ja, maar u vroeg om mijn kaart, en toen kwam u dichterbij, dus ik dacht, voor de zekerheid... Hoe oud bent u eigenlijk?'
Prettig dat ik zelfs met opgeschorte rokken en wat overexposure nog de u-reflex uitlok. En terecht. Fijntjes herinner ik hem aan twee dingen.
'Als je me met 'u' aanspreekt heb je zelf ook wel een idee, toch?' De jongen lacht. ' Jah, okee...hoe oud ben je? Ik vertel hem dat ik dertig ben. Gretig licht hij me in over zijn leeftijd – 23. Hij vertelt me dat hij monteur is, pas drie maanden in deze buurt woont, drie broertjes en vier zussen heeft en vlak bij mij geresideerd is. 'Heeft u een vriend?' Ik zeg van wel. 'Maar ik dacht dat u iets van me wilde,' begint hij weer. 'U raakte me ook nog aan...'
Zucht. Waar hij op doelt is een toevallige ontmoeting van vingers bij het boodschappenscheidbalkje. Ik weet niet wat deze booi denkt, maar nu wordt het irritant.
'Luister, jongen,' zeg ik, expres inhakend op wat ik hoop dat hij aan Noord-Afrikaans traditioneel gevoel heeft, 'het spijt me dat je je aangerand voelt, okee? Zoals je kunt zien ben ik een net meisje. Als ik iets van je had gewild, had ik dat nooit zó aan je kenbaar gemaakt, want nette meisjes doen dat niet op die manier. Vervelend voor je dat je het verkeerde idee hebt gekregen, want dat was de bedoeling niet.'
Hij blijft stil, denkt even na en schudt me dan berouwvol de hand. 'Jah okee. U heeft gelijk.'
We fietsen even in stilte naast elkaar en dan klopt hij plotseling vrijpostig even op mijn 'ontblote' dijbeen. 'Maarreeeh... je bent wel dik geworden, hoor! Hier...' En hoepla, wég met het gevousvoyeer...Ik negeer het gevoel dat die opmerking teweegbrengt – kritiek van een vreemde op mijn gewicht zet me aan het denken. Maar hij heeft geen recht van spreken. En om eerlijk te zijn denk ik dat hij het zegt om me uit mijn evenwicht te brengen. Nou, dan kan hij 't krijgen ook.
'Dus je vindt je me dik, maar je wilde toch even checken of ik 'iets van je wilde'?! Je woont hier toch pas drie maanden? Hoe weet je dan of ik dikker ben dan eerst? Heb je ooit tegen één van je zusters gezegd dat ze dik was, of tegen je moeder, na al die zwangerschappen? Heb je toen een hengst gekregen? Neem van mij aan, jongetje, dat je niet tegen een vrouw moet zeggen dat ze dik is, al komt ze zestien kilo aan in een week.'
Het afscheid is kort en koel, zoals te verwachten viel. Ik zet mijn fiets in de berging en laat mijn dessert in de ijskast. Morgen is er weer een dag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten