Topografie was nooit mijn sterkste kant – daarom ben ik zo dankbaar voor het bestaan van Google Maps. Mijn fiets, mijn mooie, soepele, ranke fiets is onvrijwillig van eigenaar gewisseld en ik wil per se zo'n zelfde soort fiets. Marktplaats biedt uitkomst. Ik had het op de basisschool druk met het uitblinken in andere dingen in plaats van het prikken van hepatitisvlaggetjes – het is niet gek dat ik de busrit van drie kwartier met goede moed begin.
Ik ga op reis en ik neem mee: mijn onontbeerlijke zonnebril, een editie van Psychologie Magazine, een liter Spa, een tube zonnebrand en een multitool voor moeren. Bestemming: Bleskensgraaf. (waar? Nou, dáár dus - naast Spotvogelendam.)
Op een kwart van de rit heb ik het meest interessante uit PM wel gehad en nu valt het me op dat we door een landschap rijden dat me aan Frankrijk doet denken: velden vol met gele aren van het een of ander waar de wind vakantieachtig doorheen waait, een slingerende weg waar maar plek is voor één auto tegelijk, en gemoedelijke tegenliggers die desondanks toch nét tien kilometer per uur te hard blijven rijden.
Eenmaal aangekomen bij Nieuwkoop Dorp vertelt Google Maps me dat ik één minuut heb om naar de volgende halte te lopen. Die moet dus vlakbij zijn. Maar ik zie haar niet. Ik zie überhaupt niet veel: volgens mij heeft heel Nieuwkoop siësta. En met 'heel Nieuwkoop' bedoel ik haar voltallige tienkoppige populatie, huisdieren incluis.
Ah, een local! 'Meneer, pardon? Ik moet naar Bleskensgraaf...?' 'Bleskensgraaf? Hmm, hhm, aha, hmmm. Dan moet u een andere halte hebben.'
Lang leve de smaltown willingness. Het scheelt dat er maar twee haltes in het dorp zijn en dat de halte waar ik uitstapte, afvalt. De bus gaat namelijk maar één keer per uur.
Als ik in het achtpersoonsbusje stap, bestuurd door een vrijwilliger van over de 65, vraag ik de bestuurder of hij me wil waarschuwen als we bij mijn halte zijn. 'U weet zelf waar dat is?'
Wie is hier nou de buschauffeur?! Okee, nevermind. Gedurende dertig minuten zit ik alléén in de bus en ik moet me concentreren, want het haltebord zit maar aan één kant van de weg, en niet altijd rechts. En de temperatuur is inmiddels flink opgelopen – mijn gedachten verdampen nog vóór ze zijn opgebloeid.
Ik bel voor de zekerheid aan bij een boerderij, want als ik nu de verkeerde richting uit loop, kan ik het schudden. Een vriendelijke man vertelt me dat ik er ongeveer twintig huizen naast zit. En in deze contreien komt dat neer op een afstand van krap drie kilometer, op een weg zonder trottoir, uitzicht, huizen of fietspaden. Allright. Daar gaan we. Ik zit op de juiste weg, alleen ben ik nog 2500 meter verwijderd van mijn plek van bestemming. Maar de zon schijnt, het is droog en ik heb mijn Spa, mijn bril, en mijn zonnebrand. Ik heb wel voor hetere vuren gestaan.
Uiteindelijk kom ik aan bij een grote boerderij. Het moet gezegd worden: we zitten in de middle of nowhere, maar ze woont prachtig. Deze vrouw heeft smaak. Mijn smaak. Daarom hebben we ook dezelfde fiets...
Na een kort onderhoud bestijg ik de fiets en nu begint mijn race tegen de klok. Ik moet vóór de spits op Rotterdam CS zijn, anders krijg ik mot met de NS. Het is nu 15.20, ik weet niet precies waar ik heen moet en darn, ik heb het heet.
Verbeten en toch opgewekt trap ik me door de weilanden, tot ik bij Sliedrecht op de sprinter kan stappen en vanaf daar mijn weg kan vervolgen. Er is geen conducteur die dit gezicht kan weerstaan, en waarschijnlijk hebben ze wel wat beters te doen dan mij en mijn fiets lastig te vallen. Na ongeveer twee uur reizen kan ik dan eindelijk naar huis fietsen. Heerlijk. Ik vergeet alle sores meteen: onafhankelijkheid en vrijheid smaken mij beter dan polderstof en de geur van gier. De wereld ligt weer aan mijn wielen! En vanaf nu bewaak ik mijn nieuwverworven vrijheid met drie sloten. Eens verworven blijft gegeven, als het aan mij ligt. (En dat doet het.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten