Ik kom uit een gezin waarin het vanzelfsprekend is dat je na de middelbare school gaat studeren. Nadat ik met één val en twee keer opstaan mijn diploma in ontvangst had genomen, viel de keus op een studie literatuurwetenschap. Tot op de dag van vandaag weet ik niet precies waarom ik het ben gaan doen, maar na vijf jaar studie kan ik met zekerheid zeggen dat ´t bij me past. Ja, ik hield als kind van lezen (en nog steeds) maar dat onderdeel behelst eigenlijk maar een procentueel klein deel van de studie. Sterker, als er voor een vak twee boeken per week ingeroosterd staan náást 100 bladzijden lastige theoretische tekst (lang leve de vakpassionelen, want een ander woord suggereert iets onaardigs) ga je prioriteiten stellen. Lezen voor mijn plezier doe ik alleen in de vakantie en als ik eigenlijk zou kunnen slapen. Zo vakpassioneel ben ík dan wel weer. Ik ken mensen die nu zullen zeggen: oh, had jij daar moeite mee? Nou, ik niet hoor, met twee vingers in m´n neus, appeltje-eitje, enzovoort. Waarop ik, zoals het een goede literatuurwetenschapper betaamt alleen maar kan zeggen: het is mijn waarheid en zolang ik m kan staven houd ik eraan vast, met aandacht voor de standplaatsgebonden factoren in mijn argument. Punt.
Literatuurwetenschap past mij als een PVClegging, en ook die zitten weleens strak. Op een gegeven ogenblik kwam het punt waarop ik een bachelorscriptie moest gaan schrijven. In het huis waar ik toen woonde zat nog een meisje die zo´n beetje in dezelfde fase zat. Dat was leuk en gezellig. Omdat ik vreesde dat acht weken vrije tijd zouden leiden tot een haastig in elkaar geflanst prutswerk, kroop ik om de twee weken even bij mijn begeleider op schoot, spreekwoordelijk natuurlijk. Mijn professionele aanhankelijkheid deerde hem niet. Ik had hem nog nooit als docent gehad, maar het klikte tussen ons, en dat gaf mij hoop en zelfvertrouwen. Hij was gelukkig kritisch op mijn werk en ik kreeg uiteindelijk een redelijk hoog cijfer. Vóór de afloop en de becijfering had ik mij druk gemaakt over van alles: het niveau van de scriptie, of ik de theorie wel goed had uitgewerkt, het nut van de theorie bij mijn praktijkvoorbeelden, enzovoort, enzoverder. Samen met mijn huisgenoot, die hetzelfde doormaakte, typte, zweette, klaagde en dronk ik heel wat af. Toen ik nog geen student was begreep ik nooit hoe mensen vlak voor hun scriptie konden stoppen met hun studie. Sinds die bachelorscriptie kan ik me voorstellen hoe ze tot zo´n besluit komen. Ik ben onderdeel van het BaMa-systeem en heb dus mijn bachelordiploma om op terug te vallen, maar in het oude systeem was dat niet eens zo. Dat betekende bij stoppen dus minimaal vier jaar weggegooide studie (tijd, geld, moeite) alléén maar vanwege één laatste opdracht! Gruwel! Eeuwig zonde!
Uiteindelijk kwam het met zowel haar scriptie als de mijne wel goed. Misschien is het daarom, dat de stress voor mijn afstudeerscriptie later heeft toegeslagen. Ik ben inmiddels anderhalf jaar ouder en kan niet meer bij mijn begeleider op schoot kruipen, zelfs niet spreekwoordelijk. De onbevangenheid van toen en de verwachtingen die ik de eerste keer had, krijg ik niet meer terug. Maar in plaats van er dubbel zo hard op te letten en keihard voor mijzelf te zijn, laat ik me overmannen door een ik-weet-niet-wat-ik-moet-doen-gevoel. Ik weet dondersgoed wat er moet gebeuren, ik kan me er alleen niet toe zetten! WAAROM NIET!!! Het frustreert me zo erg, en ik heb al menig traan weggeslikt (echte meisjes wanhopen droog) bij de gedachte aan een eindeloze scriptieperiode. Het beeld van de eeuwige student (het is altijd een student geschiedenis, en een man) die na twaalf jaar eindelijk een keer zijn bul in ontvangst neemt, achtervolgt mij. Zo´n spijker-met-bierbuikerige man, een man, met kalende kruin en een matje, suède van Bommels en een rode broek, die tussen de frisgeschoren net-vierentwintigjarigen (of jonger) zijn rokerswishkytanden bloot grijnst en zijn handtekening zet. Van achteren zie je geen verschil tussen hen, het gevolg van slechte voeding en overmatig roken. Geen foto´s van deze toch nog heugelijke gebeurtenis, zijn ouders hebben niet de moeite genomen om te komen of zijn inmiddels overleden.
Zwalkend viert de eeuwige student het met een biertje. In zijn eentje, want al zijn studiegenoten zijn versnipperd over het land en hij is ze uit het oog verloren. Dat viert hij voor het gemak dan ook maar. En als hij mazzel heeft, kruipt er een derdejaars op zijn schoot in de Hofman, een naïef provinciemeisje dat er nog niet achter is dat die kroeg de pleisterplaats is voor kaarslichtmensen, mensen die bij kaarslicht nog net kunnen, zoals de eeuwige student. Een knappe derdejaars die bezig is met haar bachelorscriptie, en hoopt nog iets op te kunnen steken van een oude rot...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten