Gisteren ging ik na de verjaardag van een goede vriendin terug met de trein. De locatie van het feestje was t Westerpark – voor mij, als ongeoefende stedeling, een onverwacht comfortabele wandeling langs de Haarlemmerstraat. Hoewel ik me graag dag en nacht laat inspireren door ontmoetingen, is een uitgaansavond in Amsterdam niet de beste gelegenheid om die inspiratie op te doen. Ik besloot dan ook om op de terugweg een bus te pakken. Nadat er een aantal bussen letterlijk aan mijn neus voorbij gingen, stopte er uiteindelijk eentje. Blijtrots pakte ik mijn chipkaart (genoeg saldo? Ikke wel!) en wachtte op het geruststellende acceptatiepiepje. Spijtig genoeg ging dat feest niet door. De buschauffeur (ja, daar issie weer!) legde uit dat ik via internet de mogelijkheid tot 'nachttarief' had moeten activeren. Hij had wel een oplossing: een kaartje kopen voor het luttele bedrag van 3.50. Wat ik dus maar deed. De vier resterende haltes waren hun geld dubbel en dwars waard: ik zag allemaal zwart landschap, en dat vanuit een comfortabele, rode GVA-stoel. De vaardige handen van de chauf reden mij veilig en wel naar mijn bestemming. Uitgerust en verkwikt kwam ik aan op CS....
Ik spoedde mij naar mijn trein. Daar zag ik buurjongen J. (hoe groot is die kans, in de straat zien we elkaar vrijwel nooit, maar nu, ergens in de nacht, op een locatie ver van huis, liep ik hem tegen het bepette lijf.) Samen stapten we de sprinter in, maar door een technische storing kwam de verwachte vertrektijd akelig dicht bij die van reguliere intercity (jeuhj!!) naar Utrecht. Ik besloot uit te stappen. J. moest naar de Bijlmer, en zo stond ik daar in mijn jeans en vestje op het tochtige station. Ik keek eens rond, want je moet als meisje toch iets doen. Mijn ogen geleden over de Sensationgangers. En toen zag ik hem: De Man.
Als het om mannen gaat geef ik altijd bijnamen, maar deze man een bijnaam geven zou wat onaardig zijn. Hij had hoegenaamd ook nog niets waarop ik hem kon bebijnamen. Spijkerbroek, intens paars shirt, polsbandje van de Paradiso. Onbestemde, nette schoenen, een lichte baardwaas op zijn wangen, smalle ogen, een neus die naar wippen neeg, maar het niet deed. Hij kijkt naar mij, naar mijn haar, en lacht. Ik geef hem mijn hagelwitte oor-tot-oor terug. Per slot van rekening staan we hier toch maar mooi met z'n tweeën te wachten op een intercity. Dat schept een band.
Vóór mijn neus staat een jong stel geconcentreerd elkaars amandelen te likken. De jongen heeft gespannen puisten naast zijn mond. Het meisje heeft zeer dikke kuiten. Ze zien mij niet, beneveld door vermoeidheid en warm speeksel. De trein komt. Het meisje gaat mee, de jongen blijft achter. Ik zorg dat ik in dezelfde coupé als De Man terechtkom. Er is een plek vrij náást hem, maar dat is mij iets te intiem. Bovendien heb ik er een dag werken op zitten en vrees ik voor mijn frisheid. Schuin tegenover hem, op een bankie-van-twee, kan ik hem veel beter in de gaten houden. Hij speelt met z'n telefoon, slaapt, drinkt een slokje, en kijkt mij net aan op het moment dat ik een winegum eet, mijn lippen getuit, mijn kin naar voren gestoken. Goed zo, D. Charmant.
Is het onzekerheid over zijn status, het gebrek aan pen&papier of de aanwezigheid van teveel andere mensen die maakt dat ik hem na een half uurtje met lichte spijt richting Totnooitmeerziens zie lopen? Ik weet het niet. Zijn hokkie-van-vier was helemaal vol en hij keek wel, maar ik durfde het toch niet aan hem mijn nummer toe te spelen. En jullie, lieve lezers, weten dat dat me normaal totaal geen moeite kost. Maar ik vraag me af, met wie hij anders dan met een geliefde kan sms'en om half twee 's nachts. De mogelijkheid dat hij over mij smste is vleiend, maar niet vreselijk plausibel. Ik zoek zijn ogen, en probeer zoveel mogelijk reebruine welwillendheid in de mijne te leggen. De kroegen zijn nog open, en ik ook. Hij hoeft alleen maar even te knikken en ik doe het. Eén knik, een handgebaar, nog één lach en ik waag t erop. Verlangen kent geen angst.
Daar gaat hij, zijn paarse shirt verdwijnt om de hoek. Mijn enige troost is dat we onze woonplaats delen, dat heerlijke dorp waar ik ook vaak vertoef. Als het is voorbestemd, kom ik hem wel weer tegen. Misschien heeft hij een vrouw en een jong kind. Misschien niet. Dag, Paars. Kák....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten