Als kind leer je om 'dankjewel' te zeggen als je iets krijgt, of dat nou een dienst, een voorwerp of een teken van affectie is. Natuurlijk hoef je niet altijd het woord 'dankjewel' te gebruiken: je kunt ook je dankbaarheid tonen door bijvoorbeeld de dienst te retourneren, de aardigheid voort te zetten (pay it forward!) of een variatie hierop. Mensen die echter op geen enkele manier hun dankbaarheid tentoonspreiden, al is het maar één keer, worden als sociaal apathisch en uitvreterig beschouwd. Dat is dus bepaald geen compliment. De keerzijde van de medaille is, dat als je elkaar voor alles expliciet en uitvoerig moet gaan bedanken, er een hoop kostbare tijd en energie verloren gaat. Als iemand je voor laat gaan in de rij voor de kassa, volstaat een simpel: 'dank je, dat is erg vriendelijk.' Bloemkransen zijn niet nodig. Behalve als je ervan uitgaat dat je het recht hebt vóór iemand te piepen die meer koopt dan jij. Zeg dan vooral helemaal niets, want valse dankbaarheid tonen is erger dan uitvreterij.
Zoals dat van nette kindjes (die opgroeien tot nette mensen) en vooral van nette meisjes wordt verwacht, zeg ik al dan niet woordelijk dankjewel voor de dingen die voor elkaar komen, terwijl ik daar zelf niet voor gewerkt heb. Als ik zie dat mijn fiets na het winkelen héél anders neerstaat dan ik 'm heb achtergelaten, til ik een volgende keer sneller een gevallen fiets overeind. Als ik ondanks dat ik te laat ben voor de bus toch nog mee mag rijden, beloon ik de chauf met mijn breedste glimlach. Als ik een drankje van een vriendin krijg, trakteer ik een volgende keer. En als ik een treinkaartje voorgeschoten krijg van een vreemde, stort ik het bedrag terug en doe ik m een biosbon cadeau. Zonder poespas, dankbetuigingen op schrift of serenades gaat dit zo al jaren goed. Naast dat ik het binnen een vriendschappelijke verhouding fijn vind om iets voor een ander te doen, vind ik het ook prettig om met het retourneren van een dienst – op welke manier dan ook – mijn onafhankelijkheid te bewaren. Ik zie niet graag dat aan mij verleende gunsten tegen me worden gebruikt als pressiemiddel, evenmin sta ik graag bij mensen in het krijt. Bij goede vrienden luistert dit niet zo nauw, maar hoe minder vriendschap, hoe strakker ik mijn 'optellijst van wederdiensten' bijhoudt- voor mijzelf en de ander.
Het wordt pas moeilijk als de wederpartij op eigen initiatief gewicht toe gaat kennen aan zijn dienst, in de trant mijn-twee-getrakteerde-whisky's-zijn-meer-waard-dan-jouw-vier-biertjes. Dat is alsof je voor je verloving van je partner een ring krijgt ter waarde van een half miljoen euro. Hoeveel zoenen je hem ook zal geven, hoe vaak je ook zal stofzuigen in zijn huis, hoe vaak je ook zijn diners zal koken: in termen van wederdienst zul je nooit genoeg kunnen doen om de gift van die ring te evenaren. Natuurlijk is het een slappe zak als hij de situatie zo bekijkt en je doet er beter aan om de verloving fluks te verbreken. Maar die verloofdes bestáán.
Niet alleen neemt hij de vrijheid om aan zijn gift méér waarde toe te kennen dan jij misschien voor ogen had, als totalitaire partij kan ook slechts hij bepalen wanneer jij je schuld voldaan hebt en bepalen wat precies 'telt' als wederdienst. Het doet me denken aan het plot van de film Le prophète, waarin een kansarme Arabier in een gevangenis ongevraagd bescherming krijgt van een Siciliaan. In ruil daarvoor mag de Siciliaan onbeperkt van zijn diensten gebruik maken en zijn ogen eruit lepelen als hij weigert. Het maakt niet uit dat de Arabier gedurende zijn tienjarige verblijf in de gevangenis voor hem schoonmaakt, zijn eten kookt, de was ophangt, de krant haalt. De Siciliaan ziet dat niet eens: het is voor hem vanzelfsprekend dat het gebeurt. Bovendien bepaalt hij en hij alleen wat 'telt' en wat niet 'telt' bij het inlossen van de 'schuld'. De uitdrukking die ik hiervoor graag gebruik is iemand een Bram draaien: iemand in zo'n positie brengen dat hij voor- noch achteruit kan, en dus altijd aan het kortste eind trekt, en dat dan tegen hem gebruiken.
(De Bram in kwestie, ik wens hem alle goeds, heeft de eerste twee niet bewust gedaan en het laatste helemaal niet.)
In de film loopt het niet goed af. De verlangens van de Siciliaan worden steeds absurder: hij eist allerlei dingen van de Arabier, uit hoofde van zijn 'schuld', die mettertijd ook steeds groter schijnt te worden.
Wie treft hier blaam? Heeft de Arabier niet gebruik gemaakt van de diensten van de Siciliaan? Wie weet, misschien was hij zonder Italiaanse bescherming verkracht en vermoord. Hij heeft genoten van de bescherming en mag een rekening verwachten. Maar is de Siciliaan op zijn beurt nog wel redelijk, door van de Arabier totale pijpendanserij te verwachten en geen van de 'wederdiensten' als zodanig te erkennen, ondanks dat de Arabier hem óók meerdere keren uit de put helpt? Het is waar dat zelfs vanuit 'objectief' oogpunt het redden van een leven met nog geen duizend wasjes ophangen en doorgebriefde complotten quitte te spelen valt. Maar om dat het subject dan de rest van zijn leven na te blijven dragen getuigt niet van veel mildheid, of van inlevingsvermogen. Wat kan de Arabier na het redden van zijn leven minder aan de Siciliaan verschuldigd zijn dan precies dat leven? Over iemand een Bram draaien gesproken...
Is de Arabier een ordinaire uitvreter, als hij die gunst op allerlei vlakken probeert te evenaren, maar daar natuurlijk nooit in zal slagen, vanwege de verstoorde machtsverhouding en de Gedraaide Bram? Staat de Siciliaan in zijn recht met zijn wat woekerachtige terugbetaalcondities? Als de Arabier écht een profeet was geweest, had hij zich misschien net zo lief laten vermoorden door zijn celgenoten. Had hij geweten hoe groot het offer en de implicaties van de redding waren, dan had hij de helpende hand misschien geweigerd. Maar nu kan hij niet meer terug, gedane zaken nemen geen keer. Hij zal moeten bloeden, of hij wil of niet.
Begrijpelijk is het gedrag van de Siciliaan wel. Hij heeft zijn nek uitgestoken, en wil daarvoor vérgaande compensatie. Verslavende compensatie. Het is altijd beter iemand in de tang te hébben dan je lurven er zelf in geklemd te zien. Hij neemt t er dan ook zonder scrupules van, niet gehinderd door enig gewetensbezwaar. De Arabier is dankbaar, maar in de ogen van zijn dorstige afnemer nooit dankbaar genoeg. Macht is lekker, en lekker smaakt naar meer. Vraag het de Siciliaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten