woensdag 28 juli 2010

Schoffelen

Afgelopen maand suggereerde iemand dat ik te soft was. Ja, het is waar dat ik makkelijk contact met mensen leg, en daar komen soms leuke, en soms minder leuke dingen uit.
Zo voerde ik bijvoorbeeld vorige week nog een geanimeerd gesprek met mijn spinningdocent A. Deze man heb ik nooit anders gezien dan in een pakje van onvergevend geel, wat loopt van halverwege zijn gespierde dijen tot op zijn schouders. Ik heb me laten vertellen dat onder dat hansop ook nog een sixpack van jewelste schuilgaat, maar de strakheid van het pakje zegt mij eigenlijk al genoeg. Ik ben niet bovenmatig geïnteresseerd in deze man, maar zoals dat gaat, maak ik weleens een praatje met hem. We hebben het dan hoofdzakelijk over training, en wat we in onze weekenden voor leuks gaan doen, subliem gekanaliseerd in: 'En, ga je nog wat leuks doen van 't weekend?' Zo weet ik, dat hij zeer van tuinieren houdt, en dat hij aan hardlopen doet.
Ik, op mijn beurt, vind spinnen leuk, en onvermijdelijk is hij er dan ook vaak. Vorige week vroeg hij mij, waar ik woonde. Ik zei hem: ik woon achter de brug, rechts om de hoek. Een redelijk vaag antwoord, maar naar goed conversatiegebruik meende ik te kunnen beoordelen dat het noemen van een wijk in deze voldoende was. Ik dacht niet dat hij mijn exacte woonstraat (met dank aan de heer Hans A.) en huisnummer wilde weten. Helaas. A. reageerde fel, keek me geërgerd aan en zei met irritatie in zijn stem: 'Jaahaa... natúúrlijk! Ik woon óók achter-de-brug-en-rechts-om-de-hoek. Maar waar woon je precies??' Hij rolde nog net niet met zijn ogen.
Zijn reactie verbaasde me nogal. Niet alleen was ik nu minder dan ooit geneigd om hem mijn wooncoordinaten door te geven, ineens kreeg die vrij onschuldige vraag een hele andere lading. Hij is mijn instructeur, niet mijn tuinman, en dat moet zo blijven. Ik kan mijn begroeiing prima zelf cultiveren, daar heb ik geen inspectie bij nodig. Toen ik opmerkte, dat we dan buren moesten zijn, keek hij me niet-begrijpend aan. Mijn vaagheid was niet persoonlijk, maar werd het nu ineens wel. Ik zei hem dan ook, dat ik mijn adres aan niemand prijsgaf behalve mijn dokter, en dat hij het niet persoonlijk moest nemen. A. vroeg vervolgens nog: ik ben zeker te ver gegaan? Wat ik alleen maar kon bevestigen. Zijn gele pakje verdween spoedig daarna uit mijn gezichtsveld, nadat hij me nog wel een prettig weekend had gewenst. Onze verhouding is echter niet meer zo ontspannen. Ik vind het ergens een beetje jammer, maar mijn onverschilligheid wint. Dat hij me nu vermijdt, maakt mijn vermoedens over zijn tuinierdersmotieven alleen maar groter.
Ik houd mijn paadjes zelf wel netjes. Beter soft dan onbeschoft.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten