Zoals ik al eerder heb verteld, was mijn eerste baantje verkoopster in een gegoede dameskledingzaak. Ik begon daar toen ik amper zestien was, jong en onbedorven. Mijn lijf had zich harder ontwikkeld dan mijn geest. Ik was niet achter of dom, maar wel naïef, met een kinderlijk groot moreel besef, vol extremen. Dat moreel besef kreeg een flinke opdoffer toen ik voor het eerst de man zag die me voor altijd zal bijblijven. Hij had de mooiste ogen die ik ooit had gezien, en de meest aimabele grijns die ik ooit had aanschouwd. Hij was van gemiddelde lengte, zijn ogen waren sprankelend donkerblauw, en zijn volle, donkere haar viel goedgeknipt langs zijn hoofd. Hij trok met zijn been. Vandaar mijn liefkozende bijnaam: Scheve Been. Wij zijn elkaar 'uit het oog verloren', en zou hem graag nog een keer tegenkomen, om bij te kletsen. Het punt was namelijk dat hij en ik elkaar troffen in de kledingzaak, en hij vaak een hoogblonde, wat vadsige vrouw bij zich had: zijn vriendin. Ze was klein, en had een wat gedrongen lichaamsbouw. Ze had best een knap gezicht, maar zou knapper zijn als ze dunner was en ze zag eruit alsof ze niet zo goed zonder make-up kon. Ze was ook weleens zonder hem in de winkel. Ooit hoorde ik een vriendin haar 'Lot' noemen. Mijn ietwat denigrerende geuzennaam voor haar werd dan ook Lottepof.
Inmiddels ben ik een hele goede verkoopster. Na een paar jaar daar te hebben gewerkt, weet ik alles van dikke en dunne stoffen, optische slankmakers, snitten, enzovoort. Helaas voor Lottepof kwam zij bij mij op mijn eerste dag. Mijn eerste, nerveuze, beangstigende dag. Haar wens: een zwarte broek. Had ik toen de ervaring gehad die ik nu heb, dan had ik haar gevraagd: netjes of casual? Met liflafjes of strak? Ruimvallend of aansluitend? Kort of lang? In plaats van dit alles sleepte ik naar beste eer en geweten alle zwarte broeken maat 44 en 46 naar beneden, in de hoop dat er iets tussen zat. Dat deed ik blijkbaar niet goed genoeg. Lottepof, die toen nog niet zo heette, keek me vorsend aan. Naast de opwinding die acht keer achter elkaar een trap op en aflopen met zich meebracht, raakte ik ook danig van mijn apropos van Scheve Been, die naast haar stond en grijnsde, en me spottend aankeek met die vreselijk blauwe ogen.
Maar, lieve lezer, misschien begrijpt u nog niet ten volle wat ik bedoel. Ik kon geen adem meer halen als hij naar me keek. Hij bracht bij mij een lichamelijke reactie teweeg waar ik zelf van schrok. Ik was zestien, misschien was het daar hoe dan ook wel tijd voor en was hij slechts aanzwengelaar van een hormonale storm, geen factor. Maar vanaf die eerste ontmoeting viel ik bijna flauw, iedere keer als ik hem zag. En zoals dat gaat, gedroeg ik me ook als een kluns in zijn bijzijn. Ik struikelde, liet dingen vallen, ik heb hem, mon Dieu, zelfs een keer gevraagd of er niets voor hem bij zat. (mind you, in een dameskledingzaak....) Mijn hart klopte wild, het bloed steeg naar mijn wangen, borsten en geslacht en heel mijn lichaam schreeuwde: HIJ IS HET!!!!! Lieve lezer, zelfs nu ik dit neertyp voel ik hoe mijn lichaam reageert, zo'n zeven jaar na dato.
De verhouding tussen Lottepof en mij was vanaf het begin verziekt. Ik voelde me, met mijn grote moreel besef, schuldig. Verliefd zijn op iemand die al bezet is, dat hoort niet. Tegelijkertijd kon ik niet tegenhouden wat mijn lichaam doormaakte. Hoe kon iets wat zo fantastisch aanvoelde zo fout zijn? Tot op de dag van vandaag weet ik niet hoe hij dit ervoer, maar ik had het idee dat hij het wel leuk vond, mij, de puber, totaal van slag te zien raken door zijn komst. Volgens mij lachte hij me toe en uit. Ik flirtte niet eens met hem, dat ging niet, want ik kon geen woord uitbrengen, druk als ik was met niet flauwvallen. Het was adoratie in alle onschuld. Lottepof vond het beduidend minder leuk. Mijn sympathie lag, vanuit mijn kinderlijkheid, nog altijd bij haar, hoewel ze me nooit groette en ook niet leuk tegen me deed. Als ik in de paskamer naden hoorde kraken kuchte ik zelfs voor haar. Immers, ik vond hem leuk, en zij was zijn vriendin. Ze verdiende dus het voordeel van de twijfel. En ik deed mijn best om hem niet leuk te vinden. Ik probeerde van alles; ik heb hem zelfs genegeerd, uit schuldgevoel. Daar heb ik nu spijt van, maar ik vond dat ik loyaal moest zijn aan haar.
Tot het moment dat ze me uitschold op straat. Ik liep met mijn broertje, die toen al langer was dan ik, en voor het ongeoefend oog misschien ook mijn vriendje had kunnen zijn, over de Langestraat, toen ik haar zag. Haar volle figuur – ze was een SpongeBob/Bitterbal op stokjes – in een zwarte broek (aha!) en witte blouse. Ik concludeerde dat ze serveerster was. Haar gezelschap was hetzelfde gekleed. Voor een groet ben ik nooit te beroerd, mits ik je op tijd herken. Bij Lottepof was dat laatste geen punt. Ik lachte al een beetje, ik 'kende' haar immers.
Ze liep vlak langs me, keek me vuil aan en siste: 'Bitch!'
Ik was verbijsterd. Ik was gekwetst. Ik was verbaasd, en ik besefte toen pas echt dat ze me als een bedreiging zag. Ik schatte haar een jaar of dertig, en als ze regelmatig samen winkelden, dan zou het met de relatie wel snor zitten. Als ik zo oud zou zijn, een vriendje zou hebben en een net-puber zou helemaal van slag raken, zou ik dat schattig vinden, en het hem gunnen. Of in het ergste geval hem niet meer meenemen naar de winkel. Maar dit... Lottepof liet zich zo wel vreselijk kennen. Toegegeven, ik mocht dan in ontwikkeling zijn, mijn lichaam was beter, (toen al!) mijn haar mooier, mijn blik intelligenter en ik was jonger. Maar zij had hem, en het kwam niet echt bij me op om daar tussen te gaan zitten, ofzo. Ik zou niet weten hoe, bovendien is dat mijn eer te na.
Ik ging studeren, verhuisde en nam ontslag. Ik dacht hem nog één keer te zien op het station, maar het was donker, ik was dronken en ik heb hem niet zien lopen. Inmiddels zijn we zo'n zeven jaar verder en ik zou Scheve Been dolgraag weer eens zien. Om te kijken of hij nog altijd diezelfde magische aantrekkingskracht op me uitoefent, of dat het een eigen leven is gaan leiden in mijn hopende, puberale, van hormonen gierende lichaam en geest. Om te kijken of hij single is, wat ik voor ons beiden hoop. Om hem te vragen, wat hij er nou van vond, en wat zijn echte naam is. Om hem te vertellen dat ik echt dacht dat ik van hem hield, al hebben we slechts vier woorden gewisseld. Om hem te vragen of hij in de soulmatestheorie gelooft.
Om hem te vertellen, dat ik wil kijken of ik de zijne ben.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten